| De geschiedenis van de radio in België - deel 2: radio tijdens de Tweede Wereldoorlog. |
|
De oorlog kwam
eraan. Een groep NIR-RNI medewerkers onder leiding van Jan Boon
hebben alles gedaan om toch nog uitzendingen te maken gericht naar het
Belgische volk. Ook het verzet heeft een belangrijke bijdrage geleverd
om zo vlug mogelijk terug radiouitzendingen te verzorgen vanuit Belgisch
grondgebied. Spijtig genoeg hebben de vele gevaarlijke opdrachten tijdens
de oorlog ook levens geëist van radiomakers, technici, coördinators,.... Hieronder kan men in detail lezen wat er allemaal is gebeurd
voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. |
| De gebeurtenissen tijdens "De Schemeroorlog" |
|
De periode tussen september 1939 en mei 1940 staat bekend als de schemeroorlog of de "Drôle de guerre". Op 1 september 1939 begon Duitsland Polen binnen te vallen. De Belgische regering richtte het Ministerie van Nationale Voorlichting onder leiding van minister Wauters op. Het was de bedoeling om de burgerzin te bevorderen, de acties van de regering kenbaar te maken, te reageren op subversieve propaganda en valse geruchten... Het Ministerie verplichtte zowel het NIR-RNI als de zestien particuliere omroepen de mededelingen uit te zenden in geval België werd aangevallen. Er werden directe telefoonlijnen getrokken tussen alle particuliere zenders en het NIR-RNI.
foto links: de NIR-villa te Bosvoorde
|
| 10 mei 1940 |
|
Tot eind september 1940 waren heelwat concerten, lezingen, hoorspelen en variété programma's gepland op de Nationale zender. Op 10 mei 1940 zou het Symfonieorkest onder leiding van F. André en het gemengde NIR-koor onder leiding van L. Gras de zesde symfonie van Purcell en "Het martelaarschap van de Heiligen Sebastian" van Débussy rechtstreeks uitzenden. Duitsland beslistte daar anders over door op die dag Nederland, Luxemburg en België binnen te vallen. Om 2:10 werd de
eerste waarschuwing aan het NIR-RNI gegeven omtrent het losbarsten van
een oorlog in ons land. Vanaf 4:00 functioneerde ook de verbinding tussen
het NIR-RNI en de CPRA. De radio begon aan zijn oorlogopdracht.
Rond 4:30 werd voor de eerste maal de met verlof zijnde soldaten opgeroepen.
Redacteur Jos Servotte hield de ganse dag de bevolking op de hoogte. Om 15:00 vielen de eerste
bommen neer op een honderdtal meter van het omroepgebouw. Het gebouw
was vanaf toen het mikpunt van Duitse jachtvliegtuigen. Er werd toen beslist
om vanuit de villa te Bosvoorde verder radio te maken. |
| De particuliere zenders tijdens de inval van de Duitsers |
|
Op 10 mei 1940 kreeg Georges De Caluwé van Radio 't Kerkske het bevel om de nationale uitzendingen via de directe verbinding over te nemen. De uitzendingen werden op 16 mei 1940 om 3:00 gestaakt omdat de Duitsers reeds waren doorgedrongen in Wijnegem. Georges wilde alles vernietigen maar zijn zoon belette dit. Van de Belgische militaire overheid mocht hij één van de twee zenders meenemen naar Gistel. Samen met een dertigtal radioamateurs was het de bedoeling om de zender daar gebruiksklaar te maken. De uitzending is toen niet doorgegaan omdat Gistel ondertussen werd gebombardeerd. Zoon Marcel keerde toen alleen terug naar Antwerpen met de zender. De bedoeling was om het zendmateriaal te verbergen op een buitenverblijf van zijn vader. Maar in het Oostvlaamse Lotenhulle werd hij tegengehouden door de Duitsers. Hij kon weglopen maar de zender was verloren. In 1943 werd de zender gebruikt als stoorzender. De studio aan de Belgiëlei werd leeggehaald door de Duitsers. Op 10 mei 1940 demonteerde de eigenaar Gerard Keersmaekers van De Vlaamsche omroep of Radio Loksbergen het kristal zodat de zender niet meer kon moduleren. Een dag later vluchtte de ganse familie Keersmaekers naar Calais met het zendkristal achterin de wagen. In juni 1940 keerde de familie terug naar huis. Zij stelden vast dat de Duitsers het huis hadden geplunderd en de studio hadden verzegeld. Op de berg Reinrode, waar het zendpark was gevestigd, hadden de Duitsers het zendgebouw opgeblazen. Ook de twee houten palen waren verdwenen. Hoogstwaarschijnlijk hebben de landbouwers, die het nabijgelegen land bewerkten, de palen opgestookt.
Vanaf april 1940 werd de zendinstallatie van Radio Vlaanderen te Gent bewaakt door rijkswachters. Begin mei werd deze vervangen door een 40-tal militairen. Deze bezetting had geen invloed op het programmaschema en -inhoud. De algemeen verantwoordelijke Th. Bailleul had eerder enveloppes gekregen waarin de te volgen procedure zat bij een mogelijke Duitse inval. In de ochtend van 10 mei 1940 werd hij telefonisch gecontacteerd door een militair bevelhebber om de inhoud van de enveloppes uit te voeren. De opdracht was om mobilisatieberichten aankondigen en zolang mogelijk in de ether te blijven. Vanaf 11 mei 1940 werd het signaal van de NIR-RNI op regelmatige basis doorgestuurd. Toen op 16 mei 1940 duidelijk werd dat ook Gent zou vallen, blies het Belgische leger de zender op. Radio Vlaanderen is het langst in de lucht gebleven. De WVRO uit Kortrijk kondigde enkel nog oorlogberichten en mobilisatiebevelen uit. De dag daarna in de vroege avond relayeerde men de nationale programma's van het NIR-RNI. Omdat er geen militaire bescherming was, werd diezelfde dag gestart met het demonteren van de zender. De voornaamste delen werden verborgen. Pas in mei 1940 hebben de Duitsers het zendgebouw, dat in Vichte was gevestigd, bezet. Zij vervolledigen terug de zender en maken er een stoorzender van. Op 15 mei 1940 werd een deel van de nationale zender van het NIR in Veltem vernietigd. Andere delen werden in een vrachtwagen geladen waarmee men op de vlucht sloeg naar Frankrijk. Op 16 mei werd de zendmast eigenhandig, opgeblazen. Toch was er twaalf dagen later opnieuw geluid te horen via de 927 kHz. Toen startte Sender-Brüssel met Duitse propaganda-uitzendingen. Radio Schaarbeek stopte met eigen programma's op 10 mei 1940 en nam de uitzendingen van het NIR-INR over. Een vijftiental militairen bewaakten de zender die was opgesteld in Wezembeek-Oppem. Op 16 mei 1940 werd de zender gedemonteerd en weggevoerd met een vrachtwagen van de RTT naar Oostende. De bedoeling was om van daar uit verder uit te zenden. Op 17 mei 1940 werd beslist om met de zender verder te trekken naar Frankrijk. In Poitiers werd beslist om de zender te vernietigen om dat deze niet meer nuttig was. Radio Binche en Radio Wallonia probeerden vroeg in de morgen van 15 mei 1940 een goede modulatielijn te verwerven om de nationale uitzendingen door te sturen. De Franse militairen waren voor en eisten het zendmateriaal op. Bij Radio-Conférences te Meise was de radiotechnieker reeds gemobiliseerd. Een NIR-technieker heeft dan terplaatse de zender onbruikbaar gemaakt. De NIR-RNI-techniekers hebben op 15 mei 1940 ook geprobeerd contact te maken met Radio Châtelineau maar daar was alles reeds verlaten.
|
| De Belgische omroep tijdens de bezetting |
|
Op 12 mei 1940 gebeurde een dramatisch ongeluk. Die nacht viel de eerste dode bij het NIR-personeel. Om 22:00 keerde technieker Maurice Langlois samen met twee collega's huiswaarts per taxi. Aan de Urugaylaan te Bosvoorde werd de taxi tegen gehouden door een Belgische militaire patrouille. Het Belgische leger hield toen klopjacht op parachutisten. Maurice zocht naar zijn papieren. De zenuwachtige schildwacht dacht dat hij naar een pistool greep en schoot hem in volle borst dood. In Veltem werd ondertussen de Vlaamse zender afgebroken en weggevoerd naar veiligere oorden. De uitzendingen verliepen toen enkel nog op de Franstalige frequentie 483,9 m. Ook de particuliere zenders zonden vanaf toen het programma van het NIR-RNI uit via de directe verbinding. Op 15 mei 1940 om 2:00 werd het zendpark te Veltem onder vuur genomen door de Duitsers. Jan Boon kreeg om 2:30 opdracht van het Ministerie om de installatie te Veltem te vernielen. Dynamo's en radiolampen werden vernietigd. Het overige materiaal werd opgeladen in een vrachtwagen. Om 3:45 vertrok de laatste groep technici. De dag later werd de zendmast opgeblazen. Duitsers bleven maar oprukken en de installatie plus medewerkers vestigden zich daarna in Parijs, Poitiers, Limoges, St.-Adresse, Rouen en Vichy. Toen het te heet werd in Frankrijk werd de plas overgestoken naar London. De bedoeling was dus om verder contact te houden met de Belgische bevolking. Slechts tussen 14 juni 1940 en 28 september 1940 hebben geen uitzendingen plaatsgevonden.
Men kan zich nu moeilijk indenken welke moeilijke en gevaarlijke opdrachten
werden uitgevoerd door de leiding van het Vlaamse NIR. Voor de oorlog
hebben zij bijgedragen aan het verwijderen van de nationale en particuliere
zenders zodat de Duitsers ze zelf niet konden benutten. Ook sommige radiomasten
werden ingepakt. Verder hebben zij vele malen het materiaal terug opgebouwd
en afgebroken op de eerder vermelde plaatsen zodat in eerste instantie
de verspreide groepen in Frankrijk terug konden worden verzameld. Ook
hebben zij de geheime heropbouw van de zenders voor de dag van de bevrijding
verwezenlijkt plus de allereerste uitzendingen verzorgd.
De Belgen mochten van de bezetter enkel afstemmen op Zender Brussel - Radio Bruxelles die enkel Duitse propaganda de ether instuurde. Men luisterde stiekem "naar Londen". Al was dat een riskante onderneming. Wie betrapt of verklikt werd, moest zijn toestel inleveren en kreeg het met de bezetter aan de stok. In 1931 waren de eerste proeven begonnen met een kortegolfverbinding van Ruiselede naar Leopoldstad. Het ging om een samenwerkingsverband tussen het NIR, de RTT en het ministerie van Koloniën. Drie jaar later waren de reguliere uitzendingen van deze werelddienst een feit. Anderhalf uur per dag, bestaande uit 'Het gesproken dagblad', 'Le journal parlé', gevolgd door een uur muziek. Bij de Duitse inval was ook de kortgolfzender van zender in Ruiselede vernield. Er kwam een nieuw, 7500 W zwaar, exemplaar in Leopoldstad te staan. In oktober 1940 startte de nieuwe officiële omroep als Radio Belgisch Congo op het enig stukje België dat niet bezet was .
|
| Radio tijdens het verzet |
| Tijdens
het verzet coördineerde de BNRO de zeer gevaarlijke geheime zending
met codenaam "Samoyede".
De zending had verschillende objectieven. Allereerst was het noodzakelijk
een radioverbinding met London op te bouwen. Een andere actie was de lijsten van radioluisteraars vernietigen. Dit was één van hun meest geslaagde acties. Deze bestond uit het vernietigen van de zinken radiotaksplaatjes die opgeslagen waren in het administratief kwartier in de Paleizenstraat 42 te Schaarbeek. Alle eigenaars van een radiotoestel moesten van de Duitsers hun toestel laten declareren. De gegevens werden gegraveerd op zinken plaatjes. Men vreesde dat de Duitsers, zoals ze in Nederland hadden gedaan, de radiotoestellen zouden requisitioneren bij de komende bevrijding om de Belgen te beletten naar het nieuws van de vrije wereld te luisteren. In Antwerpen en Eeklo zouden reeds toestellen in beslag zijn genomen. Om deze actie te beletten, moesten de zinken fiches worden vernietigd. Een luchtbombardement vanuit London op het kwartier leverde niets op. Uiteindelijk werden de plaatjes verminkt met zwavelzuur. Daarna werd het gebouw in brand gestoken. De brandweer hielp een handje mee door niet te snel uit te rukken. Een andere gevaarlijke Samoyede-opdracht was het bouwen van radioinstallaties bij particulieren. In zowat alle provincies werd in het geheim gewerkt. |
| Brussel in actie |
|
Op
de Louizalaan 182 te Brussel bouwde
ingenieur Georges Dursin - hij had ook een steentje bijgedragen
tot de sabotage van de radioplaatjes - een zender die werd verborgen in
een waterput. Om toegang te hebben tot de zender moest men voorzichtig
afdalen tot het waterniveau. Daar moest men zich murwen in een bres die
leidde tot een smalle kelder van vijf meter lang. Een zender van 1 kW
werd in dit vertrek geïnstalleerd. Op de verdieping van het woonhuis
werd de studio ingericht. De Gestapo heeft verschillende keren het huis
onderzocht, gelukkig zonder enig resultaat. De Britten rukten op
en de zender was nog niet klaar om in de ether te gaan. Op dat moment
werd ook de oude zender van Radio
Belgique in Vorst van onder het stof gehaald. foto: Toen de Duitsers wegtrokken werden op het Flagey-gebouw direct Belgische vlaggen gehesen.
|
| Kortrijk in actie |
|
In
Kortrijk bleef men ook niet stil zitten. Daar heeft zich het spannendste
verhaal afgespeeld. De Westvlaamse
omroep WVRO kwam in handen van de Duitsers en werd gebruikt als stoorzender.
Etienne Vergote, de radiotechnicus van de WVRO, was ervan overtuigd dat
indien de Duitsers zouden wegtrekken de zender onklaar zou worden gemaakt.
Hij was ook aangesteld door de Duitsers tot radiotechnicus voor de stoorzender.
Zo regelde hij de stoorzender een klein beetje naast de te storen golflengte
van de BBC. Aldus kon men met een anti-storingskader toch de berichten
van Londen ontvangen. Op 21 juli 1944 was de bevrijding kortbij. Omstreeks 23 uur werd Kortrijk zwaar gebombardeerd door Engelse bommenwerpers. Het trof absoluut alles wat de WVRO bezat. De werkplaats werd volledig vernield en van het huis bleef niet veel over. De zendpanelen waren intact maar het huis was er boven ineengestort en zo waren ze vochtig geworden. Het zendgeraamte was volledig vernield, de voeding was gedeeltelijk vernield. De generatrice en de filterelementen hadden lichtere schade geleden. De studio's waren ook totaal vernield maar de discotheek kon worden gered tijdens het bombardement. Moedig begon de radioploeg aan de wederopbouw in een andere eigendom van Etienne (Zandstraat 18). De zendpanelen werden 's nachts in kisten naar de nieuwe bestemming getransporteerd. De dieselmotor werd geheel gedemonteerd en een firma maakte de kapotte delen na. Er werd onmiddellijk begonnen met het samenstellen van een nieuwe batterij accumulatoren. De accu's werden één voor één hersteld tot op de dag van de bevrijding. Ook de nieuwe antennestructuur kwam op tijd klaar. Jan Boon zorgde dat er geld ter beschikking kwam om de kosten te financieren. In het weekend van 2 en 3 september 1944 zag men de Duitsers wegvluchten. Op maandag 4 september zag men praktisch geen enkele Duitser meer. Kortrijk wachtte op de geallieerden en begon reeds de Belgische vlaggen op te hijsen. Vergote monteerde de zender maar het administratief materiaal bevond zich nog aan de overkant van de rivier de Leie. Deze moesten kost wat kost worden overgebracht. Maar de Duitse patrouilles die nu en dan nog opdaagden, requiseerden alle vervoermiddelen. Dus werd het strikte minimum op stootkarren geladen en overgebracht door scholieren van het college via kleine straatjes. De WVRO was klaar en besloot de dag daarna, op 5 september 1944, de zender officieël op te starten omdat er reeds ferm werd geplunderd en vrij onzacht werd opgetreden tegen collaborateurs. Het plan voorzag: om 18 uur een openingsuitzending met een rede van de burgemeester die zijn ambt weer had waargenomen en vervolgens een groet in beide landstalen. Om 15 uur werd besloten om reeds een proefuitzending te doen zonder de vermelding van naam of geografische ligging. Terwijl de nationale hymne "Naar wijd en zijd" werd gedraaid, weerklonk het naderende gevechtsvuur. Eerwaarde Heer Gillon beluisterde de uitzending vanop het college en hoorde ook het geweer- en mitrailleurvuur. De leraren probeerden tevergeefs de zender te bereiken om te zeggen dat de uitzendingen moesten worden gestaakt. De medewerkers verkeerden allen in euforie en hoorden het gevechtsvuur niet. Een schrijnwerker was zelf nog volop bezig aan het timmeren in de studio. Opeens bemerkte hij naast de antennemast twee leden van het Geheim Belgisch Leger in hun witte uniform, maar ook... Duitsers! De zender werd vliegensvlug uitgeschakeld en verborgen. De weerstanders moesten vluchten en de Duitsers kwamen even binnenkijken. Een radiotechnicus kon zich nog net verbergen, de anderen werden kort ondervraagd. Gelukkig werd het huis niet onderzocht. De Duitsers verlieten nietsvermoedend het huis. Maar voorlopig was er van uitzenden geen sprake meer. Er werd toen hevig gevochten tussen Duitsers en weerstanders in de straten van Kortrijk. Op 7 september bereikten de eerste Engelse soldaten Kortrijk en verjoegen de vijand. De openingsuitzending werd uiteindelijk op zaterdag 9 september om 18 uur de ether ingestuurd.
|