Enkele tips
  1. Indien de zender is voorzien van een Reflected Power Meter (SWR-meter): controleer regelmatig de instelling. Wijkt de meter uit, dan is er een gedeelte van het uitgestraalde signaal dat terug in de zender terecht komt. Resultaat is dat men vermogen verliest en dit resulteert in een kleiner zendbereik. Indien teveel teruggestraalde golven worden gemeten zullen de eindtransistoren van de zender worden vernietigd. Gelukkig hebben de meeste zenders een protectiecircuit die in dergelijk geval de zender uitschakelt. Bij een te hoge SWR moet de antenne, de coaxkabel en de connectoren worden gecontroleerd. Zit de antenneplug nog vast op de kabel? Is er geen onderbreking in de zendkabel? Is de antenne nog goed vastgeschroefd aan de mast? Ook na een hevige regenbui kan er wat water in de connector zijn gelopen.

    Pascal 50

    Een 50 Watt zender (Pascal 50) met links een schakelaar die de mogelijkheid biedt om het gereflecteerde vermogen, het uitgestraalde vermogen en de modulatie af te lezen op de meter.

  2. Raak nooit de uitzendantenne aan tijdens de uitzending. De antenne zendt energie uit, ook wel Elektro Magnetische Straling genoemd. Hoe hoger het vermogen van de zender, hoe meer energie dat wordt uitgestraald. Bij aanraking is het mogelijk dat je hetzelfde zal voelen dan als je een geleider met sterkstroom aanraakt. Het kan dus dodelijk zijn.

  3. Controleer of je geen andere bronnen stoort. Begin eens te controleren of andere radiokanalen of TV-kanalen worden gestoord. De buren gaan zeker bellen naar de kabelmaatschappij als hun favoriete zender "bevlekt" is. En de kabelmaatschappij kan dezelfde dag nog waarnemen met hun meetapparatuur vanwaar die storing komt.
    Controleer dus het filter van de zender indien een radio- of TV-station wordt gestoord. Dit kan door een filter te plaatsen die bepaalde frequenties onderdrukt. Maar dan verlies je wel een stukje van je uitgestraald vermogen.

  4. Controleer ook de kwaliteit van het muzieksignaal. Doe dit met een Hifi-set en vergelijk gerust met de andere radiosignalen op de FM-band. Hou het signaal neutraal. Hiermee wordt bedoelt: geef geen extra bass e.d. Het is de luisteraar die zijn toonregelaar moet instellen naar eigen wens. Luister ook regelmatig naar uw eigen voortgebracht signaal. Indien er iets fout gaat, kan je direct ingrijpen. Zelfs grote radio's zenden soms gedurende enkele kwartieren geen signaal uit.

  5. Nooit overmoduleren. Overmoduleren verkrijg je als je teveel audiosignaal de zender instuurt. Het audiosignaal klinkt dan vervormd door de radio-ontvanger. Tip: heb je een analoog radiotoestel voorzien met een signaalmeter? Je bent aan het overmoduleren van zodra de naald van de meter begint terug te dansen op het ritme van het ingevoerde signaal. Gelukkig bevatten de meeste zenders een limitter die het signaal zal onderdrukken indien een bepaalde waarde wordt overschreden.

  6. Nog enkele studiotips: bent u de enige in de studio en er belt iemand aan de voordeur, dan is er niets zo hinderlijk indien juist wordt gebeld terwijl de microfoon open staat. Dit kan eenvoudig worden opgelost door een aftakking te maken met een gloeilamp op de 230V-leiding van de bel. Hetzelfde geldt voor de telefoon. Hiervoor bestaan eenvoudige schakelingen die een lichtsignaal geven indien de telefoon belt.
    Op de dag van vandaag heeft iedereen praktisch een GSM. Wanneer wordt gebeld met een GSM zal een storend gezoem waarneembaar zijn indien deze zich bevindt in de nabijheid van een openstaande microfoon. Bij de meeste radiostations wordt verzocht de GSM uit te schakelen wanneer studio wordt betreedt.
    Tenslotte is het handig aan de omstaanders kenbaar te laten maken wanneer de microfoon zal worden gebruikt. We hebben het hier inderdaad over de rode "ON AIR" lamp. Indien het gebruikte mengpaneel intern een relais heeft wanneer de microfoonschuiver wordt omhooggeduwd, kan men gemakkelijk via een zelfgemaakte interface een lamp laten branden.

  7. Indien u het initiatief hebt genomen zonder vergunning uit te zenden, dan zal het hoogstwaarschijnlijk uw bedoeling zijn om zo lang mogelijk in de lucht te blijven.
    Het "uittzendleven" is afhankelijk van ...

    a) de zendsterkte: Een vermogen van 100 watt zal veel sneller worden opgemerkt dan een vermogen van 5 watt. Er zijn in het verleden initiatieven geweest die met enkele wattjes jaren hebben uitgezonden.
    b) de eventueel toegebrachte storingen: Zeker indien strepen waarneembaar zijn op televisiekanalen zal het uiteraard niet lang duren dat het BIPT met een meetwagen de stoorder uit de lucht zal halen.
    c) de zendtijd: Een station dat continu de klok rond uitzendt, zal gemakkelijker opspoorbaar zijn. Daarom zenden de meeste initiatiefnemers onregelmatig uit. Ook het uitzenden buiten de kantooruren kan helpen.
    d) de zendlocatie: Regelmatig van zendlocatie veranderen is een perfecte oplossing om het opspoorwerk moeilijk te maken. Maar dit vraagt veel inspanning. Die antenne steeds opnieuw installeren is een lastige en demotiverende job.
    e) de populariteit: Hoe meer luisteraars, hoe beter maar dan zullen de ordediensten snel op de hoogte zijn.
    f) de aard van de programmatie: De overlevingskans is minimaal indien voorbeeld racistische taal wordt gebruikt.
    Het "uittzendleven" is onafhankelijk van ...

    a) de toegevoegde waarde: Het zal niets uitmaken, zelfs indien u denkt dat u goede diensten bewijst aan de gemeenschap door middel van uw programma's. Zo was er ooit een priester die zijn zondagsdienst de ether instuurde door middel van een zelfgeknutseld laagvermogenzendertje. Hij bewees hier een dienst aan onder andere bejaarde en zieke parochianen die niet naar de mis konden komen. Zijn zender werd eveneens afgepakt en een proces verbaal werd opgesteld.
    b) politieke steun: u kunt het nog proberen maar de grote partijen zoals de CD&V (CVP), VLD en SP hebben onrechtstreeks hun eigen radiostations. In principe hebben ze reeds wat ze nodig hebben.

    Indien u dan toch bezoek krijgt van het BIPT wordt steeds de zender meegenomen of verzegeld. In principe kan alles worden meegenomen want aan de zender is verbonden. Het is mogelijk dat het uitzendlokaal wordt verzegeld. Indien de antennes niet direct bereikbaar zijn opgesteld, kunnen de heren vragen om de antennes binnen de week binnen te brengen. Als je geen vergunning hebt, speelt het geen rol of je zender type-goedgekeurd is of niet. Tegenwoordig is de enige vorm van goedkeuring, het CE-etiket dat zich achteraan op de zender bevindt. Het uitzenden met een zender die niet aan de Europese CE-normen voldoet, zou eventueel in geval van vervolging als een verzwarende omstandigheid kunnen beschouwd worden.
    Een proces-verbaal zal steeds worden opgemaakt omdat de telecommunicatiewet werd overtreden. Een gerechtelijk optreden berust bij één persoon namelijk de procureur des konings of zijn substituut. Die maakt een afweging op basis van de wet, maar ook op basis van een afweging van risico's, prioriteiten, enz. Het vervolgingsbeleid kan serieus verschillen naargelang het gerechtelijk arrondissement. In de jaren '80 kozen de eerste 'vrije zenders' zoals Radio Kompas, Radio Gemini en Radio WLS hun vestigingsplaats in functie van de houding van de procureur die bevoegd was voor die vestigingsplaats. Kompas ging opzettelijk niet in het gerechtelijk arrondissement Brugge zitten, maar in het gerechtelijk arrondissement Veurne. WLS en Gemini gingen opzettelijk uitzenden vanuit Wallonië, op enkele "meters" van de taalgrens. Dat had niets te maken met verschillende wetgeving, maar alles met een verschillend vervolgingsbeleid van de procureurs.


report

>>