| De geschiedenis van de radio in België - deel 5: De legalisering van lokale omroepen |
| De legalisering van de vrije omroep - van vrije radio naar lokale radio. |
|
Daar een wetgeving
terzake door allerhande administratieve en communautaire vertragingsmaneuvers
en politiek getouwtrek op de lange baan werd geschoven, kwam het onvermijdelijk
tot een wildgroei die werd omschreven met de term "radiojungle". Een jungle
waarin de sterkste koning werd en meestal werd gesteund door de politiek. Terwijl in Wallonië de vrije radio's reeds sinds 7 juli 1981 een wettelijk statuut kregen, bleef men in Vlaanderen achterna hinken tot in 1982. Het werd een politiek spel tussen twee strekkingen. Enerzijds waren er de voorstanders van lokale radio's gericht op ontspanning, lokale informatie, en socio-culturele vorming. Anderzijds waren er de verdedigers van de vrije radio als onvervalste concurrenten voor de toenmalige BRT die een inhoudelijk omschreven en beperkt technisch kader eisten. De reden was omdat de BRT toen toch binnenkort reclame uitzenden en aldus van een nationaal reclamemonopolie kon genieten. En zo kreeg de eerste groepering haar zin. Op 6 mei 1982 kwam er een decreet op basis van een ontwerp van de liberale gemeenschapminister Karel Poma. Lokale radio's mochten in de lucht na een erkenning en na goedkeuring van de zendinstallatie. Het vermogen werd beperkt tot 100 Watt (ERP, vermogen uit antenne). Dat was goed om een zendbereik te halen van ongeveer acht kilometer. Frequenties werden toegekend door het BIPT tussen de 100 en 104 MHz. Dit gedeelte werd toen enkel gebruikt door de AFN-zenders. De omroepen mochten enkel in mono uitzenden. De programmatie moest gericht zijn naar de lokale gemeenschap en moest een verscheidenheid aan informatie, animatie, vorming en ontspanning bevatten. Netvorming en het uitzenden van reclameboodschappen waren toen nog verboden. Verder moest het radiostation het statuut van VZW hebben. Het decreet van 6 mei 1982 gaf aanleiding tot een erkenningsronde. De deadline was ergens in januari-februari 1983. De erkenningen werden dan uiteindelijk uitgereikt in november 1984. De overheid nam dus meer dan anderhalf jaar de tijd om de dossiers te evalueren. De radio's kregen een "voorlopige vergunning om een zendtoestel te houden" in 1985. In de periode 1985-1986 werden de niet-erkende radio's uit de lucht gehaald. De eigenlijke maar nog steeds "voorlopige' zendvergunningen werden uitgereikt in 1987. In 1988 volgden dan technische keuringen. Pas na de technische keuring werd een definitieve zendvergunning afgeleverd. Maar toen was het dus alweer tijd voor een nieuwe erkenningsronde want de voorlopige vergunning had maar een duur van vier jaar. De oproep
voor de nieuwe erkenningsronde verscheen begin 1988. Kandidaten kregen
exact twee weken de tijd om hun dossier in te dienen. De erkenningen werden uitgereikt begin 1990. Deze keer nam de overheid twee jaar de tijd
om de dossiers te beoordelen. Eerst bracht de Raad voor Niet-Openbare
Radio's een pre-advies uit, daarna een advies en daarna ging een ministeriële
interkabinettenwerkgroep zich erover buigen. Uiteraard verloren er toen
bestaande radio's hun erkenning en werden er nieuwe erkend. Voorbeeld
in Leuven verloor Radio Aktief (toen Nostalgie Leuven) zijn erkenning
en werd
|
| Reclame op de lokale radio. |
|
Heel wat radio's
zonden reeds illegaal publicitaire boodschappen. De radiostations
moesten toch van ergens hun inkomsten halen om hun rekeningen te
betalen. Op 5 juni 1985 besliste toenmalig
Minister van PTT Herman De Croo dat publiciteit werd toegelaten.
Op 3 augustus 1987 verscheen een Koninklijk Besluit "betreffende de voorwaarden
om handelspubliciteit op te nemen in radio- en televisieprogramma's".
Elke radio moest toen een machtiging aanvragen om handelspubliciteit te
mogen uitzenden. |
| De evolutie van de lokale omroep eind jaren 80 - begin jaren 90. |
|
De lokale
radio's die een vergunning hadden, waren toen eindelijk
legaal. Ze kregen rechten en moesten voldoen aan plichten. Eén van de
plichten was een jaarlijkse bijdrage betalen aan de
auteursrechtenvereniging SABAM. Deze auteursrechtenvereniging bepaalde
afhankelijk van de populatiedichtheid in de comfortzone de jaarlijkse
bijdrage. De minimumbijdrage bedroeg toen een goede 50.000 BEF (1250€)
per jaar. Er moest
dus geld in het laadje komen om te overleven. Dit werd gedaan
bijvoorbeeld op de
volgende manieren:
|
| De commercialisering van de lokale omroep. |
Vele lokale radio's waren in handen gekomen van zakenlui omdat ze hun
kosten moeilijk nog konden betalen.
Zij namen de VZW over of huurden de frequentie. Er werd meestal een
samenwerking aangegaan met een nationaal reclamebureau. Om een vast
luisterpubliek te hebben, werd de programmatie vervangen door een vast format waar niet van werd afgeweken.Netwerken ontstonden en vele radio's sloten zich hier aan. Eerst was er Radio Contact geleid door Francis Lemaire. Halverwege de jaren 90 startte Contact ook Family Radio, een netwerk voor een meer volwassen publiek. De VMMa, die al langer wilde beginnen met een commerciële radiozender, startte een samenwerking met TopRadio (olv. Bruno Hendrickx) uit Gent. Radio Mango werd het tweede net van de VMMa.
|
| Het ontstaan van lege dozen |
Rond
de eeuwwisseling telde men een tiental radionetwerken in Vlaanderen. Zo
waren er ook
C-Dance (dance & techno) en Energy (hitradio, gebaseerd
op het Franse NRJ) die te ontvangen waren in enkele steden en
gemeenten. Er waren ook twee regionale netwerken. In Limburg was er FM
Limburg (hitradio)
die
praktisch in de volledige Limburgse provincie kon worden beluisterd. Om en rond
Leuven waren er een vijftal radio's gegroepeerd die het signaal
doorstuurden
van RGR FM (dance & techno).Omdat het signaal, komende van het moederstation, gewoon werd doorgestuurd was er in principe geen studio meer nodig. De ganse radio werd ondergebracht in een tuinhuisje, schuurtje of bijvoorbeeld in de technische ruimte van een lift. Men gaf de naam "Lege doos" aan zo'n omroep omdat er ter plaatse geen radio meer werd gemaakt en het signaal gewoon werd doorgestuurd. RGR FM Begijnendijk - foto februari 2006 |