|
Uit de zender
komt een hoogfrequent signaal. De bedoeling is dat dit signaal probleemloos
de antenne bereikt. Dit kan enkel gebeuren met een coaxkabel. De massadraad
die rond de bron zit gevlochten, zorgt er voor dat het signaal zonder
verlies de antenne bereikt. Deze kabel is ook niet 100% perfect stralingdicht.
Daarom moet de lengte zo kort mogelijk worden gehouden. De zender moet
dus zo kort mogelijk worden geplaatst bij de antenne.
De zender moet op zijn beurt niet te kort staan bij het audiomateriaal,
anders heb je de zogenaamde inslag zodat
vb. de CD-spelers niet meer kunnen spelen of een bromtoon hoorbaar is
op het audiosignaal. Beter is dus een lange audiokabel te gebruiken tussen
audioapparatuur en zender en een korte coaxkabel te plaatsen tussen zender
en antenne.
|