Evolutie van radio in Vlaanderen - een dossier opgesteld door Hugo Coomans (Hugo Van Vlaanderen)
toestand eind 2002

Om te weten hoe radio evolueert is het niet genoeg om alleen maar te luisteren en het verschil te zoeken op de FM Band. Er zijn ook gegevens beschikbaar over die evolutie, die vertellen de trend "onder" de antenne's, de marktevolutie.

Via de website van de Vlaamse Gemeenschap kan men aan dergelijke gegevens komen, ze vertellen heel veel tussen de lijnen. Voor de hierna volgende analyse neem ik deze gegevens over zoals ze vermeld staan op die website, bij"Vlaamse Regionale Indicatoren - VRIND".

1. AANTAL

TYPE RADIO 1993 2001 VERSCHIL VERSCHIL %
Openbare radio's 6 6 0 0%
Particuliere Landelijke Radio's 0 2 +2 +100%
Particuliere Landelijke Radio's 0 0 0 0%
Particuliere Lokale Radio's 343 310 -33 -9,6%
Kabelradio's 0 3 +3 +100%
Digitale Radio's 0 0 0 0%

De lokale radiosector gaat 10% achteruit in nog geen 10 jaar. Sommigen zullen hier al luid roepen dat amateurs misschien maar beter verdwijnen, er zijn echter mogelijk ook andere redenen voor een toch wel drastische vermindering van het aantal.
De Openbare Radio's bleven numeriek gelijk, er kwamen echter wel twee Landelijke Radio's bij. Hun belang dient ook in frequentiedekking bekeken te worden om een mogelijk effect naar de lokale markt te bekijken. Dergelijk effect stond in 2001 nog maar in het prille begin, in de komende jaren zal het ongetwijfeld duidelijker en àndere cijfers geven.

De Kabelradio's bleven status quo, maar dit is niet echt zo.
In 1999 en 2000 waren er namelijk 5 Kabelradio's, in oktober 2002 toonde de website er 4:

  • Radio Roxy (S&SI NV Zaventem)
  • Radio Magdalena (Vlaamse Kabelradio Supergoud NV Zoersel)
  • 4FM (Vlaamse Initiatief Radio BVBA Brussel)
  • Radio Vijf (vzw Kabelradio Vijf Antwerpen)

Hoe ziet de frequentieverdeling eruit?

TYPE RADIO NAAM TOTAAL voor 2001 % AANTAL ACTUELE FREQUENTIES TOTAAL ACTUEEL % ACTUEEL
Openbare Radio's Radio 1     4    
  Radio 2     10    
  Klara     4    
  Donna     8    
  StuBru 32 35% 6 32 22%
Landelijke Radio's Q Music 29
(vrije) 4
4 FM 7
(vrije) 0 16 56 38%
Lokale Radio's Diversen 57 63% 57 57 39%
Andere AFN 2 2% 2 2 1%
Totaal   91 100% 147 147 100%

Vóór de komst van de Landelijke Radio's had de VRT-groep 35% van de "beschikbare" frequenties in handen, de Lokale Radio's 63%, AFN 2%. De Landelijke Radio's kregen in totaal 56 nieuwe frequenties toegekend. Het is natuurlijk een andere discussie waarom deze frequenties nooit eerder gebruikt werden voor bvb herschikking van de VRT-zenders om zo méér plaats vrij te maken voor Lokale Radio's. Het frequentieplan voor die Lokale Radio's was toch altijd "het probleem", vele jaren lang?

Alleszins nemen de Lokale Radio's daardoor nog slechts 39% van de beschikbare frequenties in, de Landelijke Radio's maar liefst 38%, de VRT nog 22%, AFN 1%. Er is daarbij natuurlijk een verschil in zendsterkte, dat is een technisch aspect wat door verderop vermelde gegevens iets minder belangrijk zou kunnen worden. Hét nadeel van de wijziging in toegekende frequenties voor Lokale Radio's is wel dat ze sinds 2001 concurrentie hebben van 77% sterkere zenders, daar waar het vroeger (VRT alleen) slechts 63% was.

Er zijn ook ketenradio's. Het rapport van Herman Boel vermeldt in de update van 8/12/02 volgende situatie voor Vlaanderen:

NAAM LOKALE RADIOGROEP AANTAL FREQUENTIES % Geheel
Contact (totaal C + C2) 85 27%
Topradio 38 12%
Mango 31 10%
C-Dance 16 5%
RGR 7 2%
NRJ 5 2%
Nostalgie 3 1%
Cool FM 3 1%
Onafhankelijken 122 39%
Totaal 310 100%

Lokale Radio is sterk gegroeid naar een keten-structuur. Maar liefst 188 frequenties werden in het rapport ingenomen door ketenradio's. 61% van het geheel! Deze situatie moge dan niet helemaal actueel meer zijn, het geeft wél de trend aan.

Gezien de toekenningen van landelijke radiofrequenties in 2001 kan men zich de vraag stellen waarom de Minister niet gewoon de ketenradio's een landelijke frequentie toekende. Zij waren toch al duidelijk naar een "landelijke" sfeer van uitzendingen gegroeid? Hij had daarvoor 56 frequenties ter beschikking (die naar de Landelijke Radio's gingen), bovendien zou het ook nog eens het grootste deel van 188 keten-frequenties hebben vrijgemaakt. Men heeft namelijk nooit 244 (188 bestaande en 56 "vrije") frequenties nodig om 8 ketens in Vlaanderen te laten weerklinken.

Laten we uitgaan van het kleinste zenderpark, 4FM, als voorbeeld. Die hebben 23 frequenties ter beschikking. Acht ketenradio's op landelijk niveau zouden dan 184 (8 x 23) frequenties nodig hebben. Theoretisch maakte dat dus weer 104 (288 - 184) frequenties vrij. De vraag of daarbij nog nood was aan nieuwe Landelijke initiatieven laat ik hier in het midden.
Alleszins gebruikte men daarvoor slechts 56 (Q Music en 4FM) frequenties van wat vrij bleef, in totaal bleven er dus nog 48 EXTRA frequenties voor Lokale Radio! Er zijn echter "slechts"122 onafhankelijke Lokale Radio's. 39% van de vergunningen!

In feite kon men van de 57 effectieve gebruikte frequenties tot nog toe (Lokale Radio tussen 102.2-107.9 MHz) dan heel gemakkelijk die 122 radio's goed behelpen. Elke frequentie zou slechts een goeie tweemaal moeten gebruikt worden in Vlaanderen, hergebruik ligt momenteel nog véél hoger. We mogen er ook van uitgaan dat zij die onafhankelijken de échte lokale keuze zijn blijven maken t.o.v. ketenradio's.

Met het nieuwe frequentieplan (beleidsnota 2000-2004 van de minister) wordt als volgt geopteerd:

  • segment 87.5-102.4 MHz: Landelijke Radio
  • segment 102.5-104.8 MHz: Regionale Radio (5 - met grootvermogens van 20 of 50 kWatt?)
  • segment 104.9-107.9 MHz: Lokale Radio (200 tot 250 stuks)

Meerderen hebben zich al de vraag gesteld of de sector nood had aan nieuwe initiatieven zoals Landelijke Radio, binnenkort ook Regionale Radio. De evolutie van Lokale Radio toont dat alleszins weinig regionale initiatieven, eerder uitzondering dan regel. Bovendien worden de uitgevers meermaals in verband gebracht met deze nog toe te kennen vergunningen. Daarop kom ik terug in punt 3 hieronder (Reclame).

Na de komst van StuBru, Donna, Q-Music en 4FM zijn die Regionale Radio's alleszins (opnieuw) nieuwe initiatieven in de sector, helemaal géén bevestiging (=op punt zetten) van bestàànde initiatieven. Men zal maar concurrentie hebben… en bij krijgen!

De Minister voorziet blijkbaar ook (maximum) 250 Lokale Radio's in zijn beleidsnota. Officiëel zijn dat al 60 vergunningen minder dan de 310 die er momenteel bestaan, een achteruitgang van 19%. Belangrijker nog is dat er tussen 104.9 en 107.9 slechts 32 frequenties beschikbaar zijn!

Ten opzichte van de huidige toestand (57 frequenties) is dat weer een achteruitgang, van 25 frequenties (of 44% minder)! Erger nog: die 32 frequenties zouden dan weer bijna 8 keer moeten gebruikt worden om 250 radio's te voorzien, terwijl we nog net merkten dan dit eigenlijk met iets meer dan 2 keer frequentie ook zou kunnen. De sector zal in een verkiezingsjaar door de politiek wel niet slecht bedeeld worden in kwantiteit zeker, de vraag stelt zich wel of dat kwalitatief ook even comfortabel zal zijn/kunnen als in beloftes die momenteel gemaakt worden… Dat is allemaal ook vreemd, want er zijn er in feite maar 122 "stads- en lokale radio's" in bovenstaande lijst!

Als de vergunningsprocedure echter gaat evolueren naar 250 (dan een vermeerdering met 128 écht lokalen, of 105% méér), dan zouden mogelijk vroegere ketenradio's kunnen terugkeren naar lokaal niveau. Die willen natuurlijk ook hun plaats houden. Behalve voor de Contactgroep kondigt zich daar trouwens overal reeds slecht nieuws aan…

Zo'n "terugkeer" zal zeker scherpere concurrentie geven in streken. Lokale Radio zal dan niet alleen tegen méér en grotere zenders moeten opboksen, er zal ook méér interne concurrentie komen. En dat allemaal tégen de evolutie van de sector zelf in (hoofdzakelijk "landelijke" ketens). Als alle ketens dat trouwens zouden doen is er zelfs geen plaats genoeg, terwijl in hoger vermelde berekeningen er nog plaats teveel was!

2. MARKTAANDELEN

TYPE RADIO 1996 2001 VERSCHIL VERSCHIL %
Openbare radio's 79 84 +5 +6.3%
Particuliere landelijke radio's 0 0 0 0%
Particuliere regionale radio's 0 0 0 0%
Particuliere lokale radio's 18 10 -8 -80%
Kabelradio's 0 0 0 0%
Andere radio's 2 2 0 0%
Blijvend verschil 1 4 +3 +300%
TOTAAL 100 100    

Het is niet bekend wat het "verschil" in de gepubliceerde cijfers inhoudt, dat ging van 1 punt marktaandeel naar 4. Maar de andere cijfers spreken genoeg voor zichzelf. Het is duidelijk dat lokale radio achteruit ging ten voordele van Openbare Radio's. Op zich is dat niet echt te verwonderen, de betere dekking van Openbare Radio's en de prioriteit bij uitwerking van statuten en regelvorming spelen hierin zeker mee. Een verlies van 8 punten in het marktaandeel Lokale Radio's staat voor een effectieve achteruitgang van 80%. Dat is heel veel, dat is bijna gehalveerd zelfs. Toch ging het aantal lokale radio's slechts met zo'n 10% achteruit…

Lokale radio heeft echter tot eind 2002 moeten wachten op een frequentieplan én perspectief in de markt. Bovendien werd de sector grondig gewijzigd door keten-initiatieven die achteraf meermaals voorboden bleken te zijn van àndere plannen in het medialandschap. Dergelijke kruiwagen-mentaliteit heeft de sector zeker minder geloofwaardigheid gegeven bij de luisteraars. Drastische veranderingen van format en/of identiteit zijn daarvoor de grootste redenen. We mogen echter ook een soort van metaalheid bij sommigen ook niet uitsluiten.

De marktleider in de sector is VRT met totaal 6 radio's (Rvi is niet in de gegevens van VRIND opgenomen).

TYPE OBENBARE RADIO 1996 2001 VERSCHIL VERSCHIL%
Radio 1 8 9 -1 -12,5%
Radio 2 36 31 -5 -13,8%
Klara (Radio 3) 2 1 0 0%
Stu Bru 10 7 -3 -30%
Donna 23 36 +13 +47,8%
TOTAAL 79 84 +5 +6,3%

Totaal gaat de VRT met haar radio's 6.3% vooruit, maar individueel ziet dat er anders uit.
Radio 1 verliest licht terrein, Radio 2 iets meer en verliest daardoor de plaats van marktleider individueel in de sector, Klara (Radio 3) is status quo en Studio Brussel zakt 2 punten of 30%. Grote winnaar is Donna, dat het verschil voor de VRT maakt: goedmaken van het verlies van alle anderen én de marktwinst aanleveren voor de gehele VRT. Donna boekt een totale winst van 11 punten, verdubbelt daarmee bijna het aandeel t.o.v. 1997. Dat is een hele vooruitgang. Lokale Radio halveert, Donna verdubbelt. Donna is bijgevolg de grote concurrent voor Lokale Radio, maar dat is niet echt met gelijke wapens.

3. RECLAME (in miljoen euro)

Het jaar 2001 werd nog niet gepubliceerd, daarom beperken we de vergelijking tot 2000.
Dat is trouwens ruim genoeg als periode, aangezien in die periode belangrijke beslissingen werden voorbereid in het radio-beleid.

TYPE 1996 2000 VERSCHIL VERSCHIL%
Affichage 73,03 81,40 +8,37 +11,46%
Bioscoop 7,59 11,40 +3,81 +50,19%
Geschreven pers 283,06 391,51 +108,45 +38,31%
Radio 57,06 99,64 +42,58 +74,62%
Televisie (*) 264,07 489,16 +225,09 +85,23%
TOTAAL 684,81 1.073,10 +388,29 +56,70%

(*) inclusief sponsoring vanaf 1997

De reclamesector heeft duidelijk niet te klagen. De omzetten gaan in 5 jaar maar liefst 388.9 miljoen euro omhoog (15.66 miljard BEF), of 56.7%. De reclamesector is dus meer dan verdubbeld tussen 1996 en 2000!

Televisie is de grootste winnaar, het meeraanbod is duidelijk ook rendabel. Is dat ten koste van andere sectoren? Om dat te weten moeten we de cijfers omzetten in effectief gewicht in de reclame sector.

TYPE 1996 1996 verhouding 2000 2000 verhouding
Affichage 73,03 11% 81,40 8%
Bioscoop 7,59 1% 11,40 1%
Geschreven Pers 283,06 41% 391,51 36%
Radio 57,06 8% 99,64 9%
Televisie (*) 264,07 39% 489,16 46%
TOTAAL 684,81 100% 1,073 100%

(*) inclusief sponsoring vanaf 1997

Geschreven Pers wordt ruimschoots voorbijgestoken door Televisie als belangrijkste bron van reclame inkomsten. In gewicht is dat een verlies van 5% in het geheel, maar in effectief bedrag gaat de Geschreven Pers er maar liefst 38% op vooruit (of 108.45 mio euro - zie boven).
Dat segment draait dus beter dan vroeger, ondanks het verlies van de leidersplaats!

Bovendien neemt Televisie een sprong van diezelfde 5% en verdubbelt bijna de omzetten t.o.v. 1996 (85.23% aangroei, effectief 225.09 mio euro). Aangezien de uitgevers van Geschreven Pers ook ruimschoots aanwezig zijn in Televisie kunnen we stellen dat hun dat zowel in het eigen segment als in Televisie zelf géén windeieren legt! Nochtans hoort men meermaals beweren dat de pers compensaties moet hebben in een "noodlijdende" of "teruglopende" sector. Bovenvermelde bedragen zijn natuurlijk geen nettowinsten, maar er blijkt toch capaciteit én potentiëel te zijn. De nettowinst daarin is een ander verhaal, maar toch zouden vele sectoren in het bedrijfsleven maar wat graag dergelijke verhogingen in omzetten willen zien. De productie- en werkingskosten moet men zelf in "balans" houden t.o.v. die inkomsten.

Er zijn nog meer vragen bij deze cijfers. Radioreclame gaat van 8 naar 9% in de totale omzetten. Dat is geen grote stap vooruit vergeleken met de eerste twee sectoren, het is toch goed voor een individuele aangroei van 74.62% (42.58 mio euro). Dat verklaart natuurlijk weer de interesse van Geschreven Pers in Radio…

Hernemen we de vorige tabel met enkel de Geschreven Pers, Radio en Televisie

TYPE 1996 1996 verhouding 2000 2000 verhouding
Geschreven Pers 283,06 41% 391,51 36%
Radio 57,06 8% 99,64 9%
Televisie (*) 264,07 39% 489,16 46%
TOTAAL 604,19 88% 980,31 91%

(*) inclusief sponsoring vanaf 1997

De groep Geschreven Pers, Televisie én Radio groeide in totaal 3% in aandeel (van 88% naar 91%), en maar liefst 62.25% individueel als groep (376.12 mio euro)! Kassa Kassa!

Als een beleid dergelijke rendabele sector in bescherming neemt - zoals toch meermaals beweerd werd - dan is dat in feite ondersteuning tot zelfbehoud. Voor de omzetten moest men het niet doen. In Vlaanderen zijn bijna alle zenders in handen van uitgevers. Voor TV is dat grotendeels de uitgeverswereld zélf , VT4 is de kleinste speler. Voor radio is dat niet anders. VRT haalt een totaal marktaandeel van 84% in 2001, de rest maakt dus niet het verschil. 84% van bijna 100 mio euro omzet in 2000 (op evenredige basis) is ook 84 mio euro.

Bovendien is ook radio al naar de uitgeverswereld "gecompenseerd" (landelijke radio), voor de nog toe te kennen provinciale/regionale frequenties zal dat waarschijnlijk ook gebeuren. Geschreven Pers, Radio én TV samen zijn 91% van de totale reclame in Vlaanderen. Vlaanderen blijkt trouwens door de jaren een goedkoop land geweest te zijn in die reclame.
Door de sterke marktpositie van de VRT-groep kon vroeger met één enkele boeking voldoende dekking geboden worden voor effectieve prijsbewuste reclame. Momenteel mag het dan wat dubbel tellen door de komst van de commerciëlen, uiteindelijk is de kostprijs nog steeds minder dan wat bvb in Nederland betaald wordt voor eenzelfde dekking, maar dan bij meer zenders. Als men die meerprijs in Nederland kan en wil betalen, waarom zou dat dan niet in Vlaanderen?
Er zal dus nog wel genoeg potentiëel zijn. Groei was er al.

4. CONCLUSIE

Het frequentieplan, het behoud van VRT-zendbereik en reclame (bovenop staatsdotatie), de landelijke vergunningen, de verwachtingen naar regionale frequenties, het daardoor "gecreëerde" marktaandeel én de reclamewerving van voormelde radio's kan moeilijk een bevestiging van de toenmalige "vrije radio's", de huidige en toekomstige "lokalen" genoemd worden. Of dat met opzet gebeurde laat ik aan de lezer zelf over.

Hugo Van Vlaenderen

>>