|
Evolutie
van radio in Vlaanderen - een dossier opgesteld door Hugo Coomans (Hugo
Van Vlaanderen) toestand eind 2002 |
|
Om te weten hoe radio evolueert is het niet genoeg om alleen maar te luisteren en het verschil te zoeken op de FM Band. Er zijn ook gegevens beschikbaar over die evolutie, die vertellen de trend "onder" de antenne's, de marktevolutie. Via de website van de Vlaamse Gemeenschap kan men aan dergelijke gegevens komen, ze vertellen heel veel tussen de lijnen. Voor de hierna volgende analyse neem ik deze gegevens over zoals ze vermeld staan op die website, bij"Vlaamse Regionale Indicatoren - VRIND". 1. AANTAL
De
lokale radiosector gaat 10% achteruit in nog geen 10 jaar.
Sommigen zullen hier al luid roepen dat amateurs misschien maar beter
verdwijnen, er zijn echter mogelijk ook andere redenen voor een toch wel
drastische vermindering van het aantal. De Kabelradio's bleven status quo,
maar dit is niet echt zo.
Hoe ziet de frequentieverdeling eruit?
Vóór de komst van de Landelijke Radio's had de VRT-groep 35% van de "beschikbare" frequenties in handen, de Lokale Radio's 63%, AFN 2%. De Landelijke Radio's kregen in totaal 56 nieuwe frequenties toegekend. Het is natuurlijk een andere discussie waarom deze frequenties nooit eerder gebruikt werden voor bvb herschikking van de VRT-zenders om zo méér plaats vrij te maken voor Lokale Radio's. Het frequentieplan voor die Lokale Radio's was toch altijd "het probleem", vele jaren lang? Alleszins nemen de Lokale Radio's daardoor nog slechts 39% van de beschikbare frequenties in, de Landelijke Radio's maar liefst 38%, de VRT nog 22%, AFN 1%. Er is daarbij natuurlijk een verschil in zendsterkte, dat is een technisch aspect wat door verderop vermelde gegevens iets minder belangrijk zou kunnen worden. Hét nadeel van de wijziging in toegekende frequenties voor Lokale Radio's is wel dat ze sinds 2001 concurrentie hebben van 77% sterkere zenders, daar waar het vroeger (VRT alleen) slechts 63% was. Er zijn ook ketenradio's. Het rapport van Herman Boel vermeldt in de update van 8/12/02 volgende situatie voor Vlaanderen:
Lokale Radio is sterk gegroeid naar een keten-structuur. Maar liefst 188 frequenties werden in het rapport ingenomen door ketenradio's. 61% van het geheel! Deze situatie moge dan niet helemaal actueel meer zijn, het geeft wél de trend aan. Gezien de toekenningen van landelijke radiofrequenties in 2001 kan men zich de vraag stellen waarom de Minister niet gewoon de ketenradio's een landelijke frequentie toekende. Zij waren toch al duidelijk naar een "landelijke" sfeer van uitzendingen gegroeid? Hij had daarvoor 56 frequenties ter beschikking (die naar de Landelijke Radio's gingen), bovendien zou het ook nog eens het grootste deel van 188 keten-frequenties hebben vrijgemaakt. Men heeft namelijk nooit 244 (188 bestaande en 56 "vrije") frequenties nodig om 8 ketens in Vlaanderen te laten weerklinken. Laten we uitgaan van het kleinste
zenderpark, 4FM, als voorbeeld. Die hebben 23 frequenties ter beschikking.
Acht ketenradio's op landelijk niveau zouden dan 184 (8 x 23) frequenties
nodig hebben. Theoretisch maakte dat dus weer 104 (288 - 184) frequenties
vrij. De vraag of daarbij nog nood was aan nieuwe Landelijke initiatieven
laat ik hier in het midden. In feite kon men van de 57 effectieve gebruikte frequenties tot nog toe (Lokale Radio tussen 102.2-107.9 MHz) dan heel gemakkelijk die 122 radio's goed behelpen. Elke frequentie zou slechts een goeie tweemaal moeten gebruikt worden in Vlaanderen, hergebruik ligt momenteel nog véél hoger. We mogen er ook van uitgaan dat zij die onafhankelijken de échte lokale keuze zijn blijven maken t.o.v. ketenradio's. Met het nieuwe frequentieplan (beleidsnota 2000-2004 van de minister) wordt als volgt geopteerd:
Meerderen hebben zich al de vraag gesteld of de sector nood had aan nieuwe initiatieven zoals Landelijke Radio, binnenkort ook Regionale Radio. De evolutie van Lokale Radio toont dat alleszins weinig regionale initiatieven, eerder uitzondering dan regel. Bovendien worden de uitgevers meermaals in verband gebracht met deze nog toe te kennen vergunningen. Daarop kom ik terug in punt 3 hieronder (Reclame). Na de komst van StuBru, Donna, Q-Music en 4FM zijn die Regionale Radio's alleszins (opnieuw) nieuwe initiatieven in de sector, helemaal géén bevestiging (=op punt zetten) van bestàànde initiatieven. Men zal maar concurrentie hebben en bij krijgen! De Minister voorziet blijkbaar ook (maximum) 250 Lokale Radio's in zijn beleidsnota. Officiëel zijn dat al 60 vergunningen minder dan de 310 die er momenteel bestaan, een achteruitgang van 19%. Belangrijker nog is dat er tussen 104.9 en 107.9 slechts 32 frequenties beschikbaar zijn! Ten opzichte van de huidige toestand (57 frequenties) is dat weer een achteruitgang, van 25 frequenties (of 44% minder)! Erger nog: die 32 frequenties zouden dan weer bijna 8 keer moeten gebruikt worden om 250 radio's te voorzien, terwijl we nog net merkten dan dit eigenlijk met iets meer dan 2 keer frequentie ook zou kunnen. De sector zal in een verkiezingsjaar door de politiek wel niet slecht bedeeld worden in kwantiteit zeker, de vraag stelt zich wel of dat kwalitatief ook even comfortabel zal zijn/kunnen als in beloftes die momenteel gemaakt worden Dat is allemaal ook vreemd, want er zijn er in feite maar 122 "stads- en lokale radio's" in bovenstaande lijst! Als de vergunningsprocedure echter gaat evolueren naar 250 (dan een vermeerdering met 128 écht lokalen, of 105% méér), dan zouden mogelijk vroegere ketenradio's kunnen terugkeren naar lokaal niveau. Die willen natuurlijk ook hun plaats houden. Behalve voor de Contactgroep kondigt zich daar trouwens overal reeds slecht nieuws aan Zo'n "terugkeer" zal zeker scherpere concurrentie geven in streken. Lokale Radio zal dan niet alleen tegen méér en grotere zenders moeten opboksen, er zal ook méér interne concurrentie komen. En dat allemaal tégen de evolutie van de sector zelf in (hoofdzakelijk "landelijke" ketens). Als alle ketens dat trouwens zouden doen is er zelfs geen plaats genoeg, terwijl in hoger vermelde berekeningen er nog plaats teveel was! 2. MARKTAANDELEN
Het is niet bekend wat het "verschil" in de gepubliceerde cijfers inhoudt, dat ging van 1 punt marktaandeel naar 4. Maar de andere cijfers spreken genoeg voor zichzelf. Het is duidelijk dat lokale radio achteruit ging ten voordele van Openbare Radio's. Op zich is dat niet echt te verwonderen, de betere dekking van Openbare Radio's en de prioriteit bij uitwerking van statuten en regelvorming spelen hierin zeker mee. Een verlies van 8 punten in het marktaandeel Lokale Radio's staat voor een effectieve achteruitgang van 80%. Dat is heel veel, dat is bijna gehalveerd zelfs. Toch ging het aantal lokale radio's slechts met zo'n 10% achteruit Lokale radio heeft echter tot eind 2002 moeten wachten op een frequentieplan én perspectief in de markt. Bovendien werd de sector grondig gewijzigd door keten-initiatieven die achteraf meermaals voorboden bleken te zijn van àndere plannen in het medialandschap. Dergelijke kruiwagen-mentaliteit heeft de sector zeker minder geloofwaardigheid gegeven bij de luisteraars. Drastische veranderingen van format en/of identiteit zijn daarvoor de grootste redenen. We mogen echter ook een soort van metaalheid bij sommigen ook niet uitsluiten. De marktleider in de sector is VRT met totaal 6 radio's (Rvi is niet in de gegevens van VRIND opgenomen).
Totaal gaat de VRT met haar radio's
6.3% vooruit, maar individueel ziet dat er anders uit. 3. RECLAME (in miljoen euro) Het jaar 2001 werd nog niet gepubliceerd,
daarom beperken we de vergelijking tot 2000.
(*) inclusief sponsoring vanaf 1997 De reclamesector heeft duidelijk niet te klagen. De omzetten gaan in 5 jaar maar liefst 388.9 miljoen euro omhoog (15.66 miljard BEF), of 56.7%. De reclamesector is dus meer dan verdubbeld tussen 1996 en 2000! Televisie is de grootste winnaar, het meeraanbod is duidelijk ook rendabel. Is dat ten koste van andere sectoren? Om dat te weten moeten we de cijfers omzetten in effectief gewicht in de reclame sector.
(*) inclusief sponsoring vanaf 1997 Geschreven
Pers wordt ruimschoots voorbijgestoken door Televisie als belangrijkste
bron van reclame inkomsten. In gewicht
is dat een verlies van 5% in het geheel, maar in effectief bedrag gaat
de Geschreven Pers er maar liefst 38% op vooruit (of 108.45 mio euro -
zie boven). Bovendien neemt Televisie een sprong van diezelfde 5% en verdubbelt bijna de omzetten t.o.v. 1996 (85.23% aangroei, effectief 225.09 mio euro). Aangezien de uitgevers van Geschreven Pers ook ruimschoots aanwezig zijn in Televisie kunnen we stellen dat hun dat zowel in het eigen segment als in Televisie zelf géén windeieren legt! Nochtans hoort men meermaals beweren dat de pers compensaties moet hebben in een "noodlijdende" of "teruglopende" sector. Bovenvermelde bedragen zijn natuurlijk geen nettowinsten, maar er blijkt toch capaciteit én potentiëel te zijn. De nettowinst daarin is een ander verhaal, maar toch zouden vele sectoren in het bedrijfsleven maar wat graag dergelijke verhogingen in omzetten willen zien. De productie- en werkingskosten moet men zelf in "balans" houden t.o.v. die inkomsten. Er zijn nog meer vragen bij deze cijfers.
Radioreclame gaat van 8 naar 9% in de totale omzetten. Dat is geen
grote stap vooruit vergeleken met de eerste twee sectoren, het is toch
goed voor een individuele aangroei van 74.62% (42.58 mio euro). Dat verklaart
natuurlijk weer de interesse van Geschreven Pers in Radio
Hernemen we de vorige tabel met enkel de Geschreven Pers, Radio en Televisie
(*) inclusief sponsoring vanaf 1997 De groep Geschreven Pers, Televisie én Radio groeide in totaal 3% in aandeel (van 88% naar 91%), en maar liefst 62.25% individueel als groep (376.12 mio euro)! Kassa Kassa! Als een beleid dergelijke rendabele sector in bescherming neemt - zoals toch meermaals beweerd werd - dan is dat in feite ondersteuning tot zelfbehoud. Voor de omzetten moest men het niet doen. In Vlaanderen zijn bijna alle zenders in handen van uitgevers. Voor TV is dat grotendeels de uitgeverswereld zélf , VT4 is de kleinste speler. Voor radio is dat niet anders. VRT haalt een totaal marktaandeel van 84% in 2001, de rest maakt dus niet het verschil. 84% van bijna 100 mio euro omzet in 2000 (op evenredige basis) is ook 84 mio euro. Bovendien is ook radio al naar
de uitgeverswereld "gecompenseerd" (landelijke radio), voor
de nog toe te kennen provinciale/regionale frequenties zal dat waarschijnlijk
ook gebeuren. Geschreven Pers, Radio én TV samen zijn 91% van de
totale reclame in Vlaanderen. Vlaanderen blijkt trouwens door de jaren
een goedkoop land geweest te zijn in die reclame. 4. CONCLUSIE Het frequentieplan, het behoud van VRT-zendbereik en reclame (bovenop staatsdotatie), de landelijke vergunningen, de verwachtingen naar regionale frequenties, het daardoor "gecreëerde" marktaandeel én de reclamewerving van voormelde radio's kan moeilijk een bevestiging van de toenmalige "vrije radio's", de huidige en toekomstige "lokalen" genoemd worden. Of dat met opzet gebeurde laat ik aan de lezer zelf over. Hugo Van Vlaenderen |
|
>> |