De geschiedenis van de radio in België - deel 1: de eerste radiozenders.

De lokale omroepen op de FM-band bestaan nu ongeveer 20 jaar. De nationale radio bestaat sinds het begin van de jaren 30. Daarvoor heeft er zich heel wat afgespeeld in ons land. Wist u dat Albert I en Elizabeth één van de eerste radioliefhebbers waren?

De eerste radiozenders in België

Robert GoldschmidtIn 1908 was ingenieur Robert Bénédict Goldschmidt (foto) reeds bezig met radiotransmissies. Om dit te verwezenlijken construeerde hij een gigantisch antenneweb op het Justitiepaleis te Brussel. Het was toen de meest imposante antenneconstructie. De foto hiernaast spreekt boekdelen. Er werden signalen gestuurd naar Tervuren, Namen en Luik.

In 1913 gingen dan de eerste proefuitzendingen met spraak en muziek de lucht in. Zij kwamen vanuit een bijgebouw van het Koninklijk paleis kortbij de Van Praetbrug te Laken (Laeken). De Italiaanse ingenieur Marzi bouwde een experimentele radiofonische lange golf zender van 2kW. De uitzendingen werden in de lucht gestuurd via de frequentie 165 kHz. Justitiepaleis BrusselOok de antenne-installatie was indrukwekkend. Er stonden liefst acht pylonen die ieder 125 meter hoog waren.

Toch zou het nog tot de lente van 1914 duren vooraleer Koning Albert I ook een radio-ontvanger liet installeren. De allereerste uitzending kwam er op 28 maart 1914 om 20:30. Toen werd een concert, dat begon met een aria uit Tosca, uitgezonden voor de volledige koninklijke familie. Het was volgens getuigenissen van buitenlandse specialisten het eerste echte Europees radioconcert geweest. Het radiostation had nog geen naam. Men gebruikte gewoon de term TSF (Télégraphie Sans File). Het signaal reikte zo'n zeventig kilometer ver maar kon bij ideale omstandigheden zelf worden beluisterd tot in Parijs. Samen met Raymond Braillard zond Robert regelmatig gedurende verscheidene uren op zaterdag gesproken berichten en wekelijkse live concerten uit vanuit het Koninklijk domein.

Beluister fragment-1 en fragment-2 uit 1914.

Opstelling Justitiepaleis BrusselKoning Albert I en Koningin Elizabeth, die het project financierden, waren zeer geïnteresseerd en behoorden tot hun luisterpubliek. Terwijl Elizabeth meer interesse vertoonde in de muziek was Albert meer geboeid in het nieuwe medium. De koning zag een middel om met dit medium de grote afstanden te overbruggen in de kolonie Kongo.

Men kon toen nog niet spreken van een groot luisterpubliek want rond die tijd waren er slechts een tiental lampenradio's in België. Voor zo'n radio moest je algauw 700 BEF neertellen, een heus bedrag voor die tijd. Begrijpelijk dat enkel de rijken zich een radiotoestel konden aanschaffen. Mensen kwamen toen samen om een uurtje naar de radio te luisteren.

Een goedkopere oplossing bestond er uit een kristalontvanger in elkaar knutselen. Met een koptelefoon, een zeer lange antenne en heel wat geduld kon je zachtjes radioklanken ontvangen.
Hoe werkt zo'n kristalontvanger dan? Men heeft slechts een vijftal zaken nodig, namelijk een klein kwartskristal, wat ijzerdraad, een lange metalen kabel, een aardingsklem en een hoogohmige koptelefoon. Met het eindje ijzerdraad moet een spoel van een paar windingen worden gemaakt.kristalontvanger type 1 De ene kant van de spoel worden verbonden met het kwartskristal. De koptelefoon plaats men tussen het ene uiteinde van de spoel en het andere uiteinde van het kristal. Tenslotte worden met de lange metalen draad een antenne gemaakt. Antenne en aarde verbindt men eveneens aan de koptelefoon. Door wat te spelen met het contact van het spoel en het stuk kwarts was het mogelijk om af te stemmen op een radiozender. Echt handig was dit niet want meestal hoor je heel wat zenders door elkaar omdat er geen elementen aanwezig zijn om nabijgelegen frequenties weg te filteren. Voordeel van dit systeem is dat je geen stroom nodig hebt. Als het ware zet je de uitgezonden stralen direct om in klank. Vandaar dat het belangrijk is om een zeer lange antenne te gebruiken om "zoveel mogelijk energie op te vangen". Het is nog steeds mogelijk om kristalontvangers te maken: het kristal vervang je dan gewoon door een diode van het germaniumtype. kristalontvanger type 2"Dat is er eentje van de oude doos!" zou een elektronicahandelaar vertellen.
Maar de meesten onder ons hebben reeds een kristalontvanger gemaakt zonder het te beseffen. Als je de platenspeler slecht aardt, kan je vooral 's avonds één of meerdere radiozenders horen als je de versterker selecteert op "PHONO".

Even terug naar TSF. In augustus 1914, bij het begin van WO I, werd het initiatief vanuit Laken stopgezet. Koning Albert gaf toen de opdracht om de installatie te vernietigen. De koning vreesde dat de zendinstallatie in handen van de Duitsers zou kunnen vallen.

Tijdens WO I was radio een exclusief militaire aangelegenheid. Na de Wapenstilstand beschouwde de regering, die klaarblijkelijk nog wel andere en dringende zorgen had, de radio niet meteen als een prioriteit.

Er heerste een klimaat was van redelijke vrijheid. De overheid bemoeide zich bijna nergens mee. Frequenties werden toegekend door het ministerie van PTT (Post, Telegraaf en Telefoon), de technische controle van de zendinstallatie gebeurde door de R.T.T.

In Nederland was er de Fries Hanso Idzerda die meteen op de radioboot sprong. Hij was de eigenaar van een kleine fabriek van radio-ontvangers. Hij verkreeg een radiovergunning en op 6 november 1919 verzorgde hij zijn eerste radio-uitzending tussen 20:00 en 22:30. Zijn station had de naam PCGG dat stond voor Pracht Concerten Gratis Geven.

 

Radio Belgique als eerste omroep

In 1920 telde men in België reeds 26 radiotoestellen. Men kon toen enkel luisteren naar uitzendingen van Duitse en Franse omroepen. Om meer radiotoestellen te verkopen besloot SBR (Société Belge Radio-électrique), een bedrijf dat radiotoestellen en zendapparatuur vervaardigde in Vorst, te starten met een radiostation. Aldus werd Radio Bruxelles geboren in 1922 dat enkel in het Frans enkele uren per dag uitzond. Er waren concerten van lichte en klassieke muziek. Er was ook nieuws, sportinformatie en zelfs een weerbericht. Er werd toen uitgezonden in het gebouw van de Union Coloniale aan de Stassaertstraat te Elsene met een vermogen van 1500 W op 732 kHz (410 m).
Radio Bruxelles was een heel bescheiden station met maar enkele medewerkers. Omroeper Léopold Bracony had voor zijn aanwerving zelf nooit een radio-uitzending gehoord.
 luister naar emoties van Bracony

Eind 1923 ward de SA Radio Belgique opgericht. In ruil voor de terbeschikkingstelling van haar zender werd SBR de grootste aandeelhouder van de radio. De omroep verkocht zendtijd aan firma's, politieke en godsdienstige verenigingen. Men besloot ook om de naam te wijzigen. Radio Bruxelles werd Radio Belgique. De eerste officiële uitzending van het nieuwe en beter gestructureerde station ging de lucht in op 1 januari 1924. Meestal werd er muziek uitgezonden, op een zeldzame station call of aankondiging na. Een maand later startte men om 20:00 uur met debatten van openbaar, cultureel of sociaal belang.

Théo FleischmanOp 30 maart 1924 riep journalist en schrijver Théo Fleischman " le journal parlé - het gesproken dagblad" in het leven met een ploeg van 4 journalisten. Tot dan waren de berichten, als die er al waren, los doorheen de programmering voorgelezen. Théo had een ongelooflijke feeling voor wat je met het toen nieuwe medium allemaal kon doen. Hij introduceerde de reportage, het interview, het nieuwsbulletin én de reclame. De journalisten presenteerden zelf het nieuws voor de microfoon. Dit was in tegenstelling met de meeste buitenlandse zenders zoals de BBC. Zij maakten gebruik van nieuwslezers zonder redactionele verantwoordelijkheid. Deze traditie werd later verder gezet op de nationale omroep.

Het team van Fleischman verzorgde dagelijks een journaal van een half uur. Theo Fleishman maakte geen nieuwsbulletin dat bestond uit het voorlezen van officiële communiqués, maar herwerkte krantenberichten, volgens journalistieke criteria. De dagbladen vonden dat minder prettig, maar eigenlijk bleef het bij gemor aan de zijlijn. Sommige journalisten van de schrijvende pers waren best trots als hun artikel werd voorgelezen op het nieuwe wonderlijke medium.  Het journaal was volledig en bondig en was zowel betrouwbaar en verteerbaar. Théo Fleishman en Konigin ElisabethEerst werd het binnenlands nieuws omgeroepen, daarna volgde het buitenlands nieuws. Ook de actualiteit uit de wetstraat, een gesprek over een actueel thema, een specialistenkroniek van een vijftal minuten, financieel nieuws en sportnieuws maakten deel uit van het journaal. De grondslagen van dit professioneel gebrachte radiojournaal zouden later worden gebruikt door het NIR. Radiomakers uit heel Europa kwamen naar België om het inmiddels beruchte ‘Journal Parlé’ te analyseren en te bestuderen.

In 1925 verzorgde Fleischman de eerste rechtstreekse sportreportage: de wielerzesdaagse in het Brusselse sportpaleis. De man ging de geschiedenis in als de 'vader' van het radionieuws.

De geldmiddelen haalde Radio Belgique dan hoofdzakelijk uit reclame. De opbrengst per reclameboodschap werd toen bepaald op 15 BEF. Tot 1926 was de exploitatie van Radio Belgique echter verlieslatend.
Voor WO II telde men in België 16 regionale omroepen waaronder 4 Nederlandstalige zenders. Het waren particuliere omroepen die overal in België te beluisteren waren omdat zij slechts enkele uren uitzonden en hun antenne deelden met de andere collega's.

Radio 't KerkskeDe allereerste Nederlandstalige zender kwam er in 1926. Twaalf lange jaren was de omroep in België een pure Franstalige aangelegenheid geweest. Radio Antwerpen bracht daar verandering in en was toen te horen onder de roepnaam ON4ED, beter bekend als Radio 't Kerkske. De stichter Georges De Caluwé bouwde alle apparatuur zelf in zijn garage. Hij was radio-amateur, vandaar de ON-call. De zender werd opgesteld op de kerk te Edegem. Vandaar dat de naam van de radio snel veranderde in Radio 't Kerkske. De studio bevond zich aan de Belgiëlei te Antwerpen. Er werd uitgezonden op 201 meter met een vermogen van 200 Watt. De radio had ongeveer een reikwijdte van 50 kilometer.

Georges De Caluwé in zijn radiostudio

Twee jaar later was er een tweede Nederlandstalig signaal te ontvangen in Antwerpen. Radio Belgique installeerde er een relaisstation. De uitzendingen vanuit Veltem werden er opgevangen en via een andere frequentie doorgestuurd. Dat gebeurde onder de naam Radio Zoölogie. Alweer niet onlogisch die naam, want de zendinstallatie stond opgesteld in de dierentuin. Via dit station werd er Vlaamse zendtijd gekocht door de neutrale Vlaamse Radio Vereniging (VRV).

In West-Vlaanderen startte in datzelfde jaar de Westvlaamse Radio Omroep vanuit Vichte bij Kortrijk. In deze laatste plaats bevonden zich de studio's. De gebruikte frequentie was 205 meter. Er werd uitgezonden met een vermogen van 250 Watt.

Het zou zelfs nog tot 1935 duren vooraleer ook in Gent en Loksbergen radiostations van start zouden gaan. In Oost-Vlaanderen ging het om Radio Vlaanderen, een omroep met sterk socialistische inslag. Het Limburgse station had een sterke katholieke achtergrond.

De particuliere zenders zonden uit met een straal van 30 tot 50km en dekten samen het grootste gedeelte van België. De zenders van de radiostations moesten wel op 8 kilometer van steden zijn verwijderd. Dit was wettelijk bepaald omdat AM-zenders nogal wat storing genereerden.

Hieronder volgt een overzichtstabel met de Vlaamse omroepen:

Benaming

Ontstaan Frequentie Vermogen
Plaats
Strekking
Radio Antwerpen (Het Kerkske)
1926
201,1 m
200 W
Edegem
Katholiek
Westvlaamse Radio Omroep
1928
204,8 m
125 W
Vichte
Katholiek
Radio Vlaanderen
1935
200,0 m
250 W
Gent
Socialistisch
De Vlaamsche Omroep
1935
202,4 m
150 W
Loksbergen
onafhankelijk

Tot de Franstalige zenders behoorden Radio Liège (dagblad La Wallonie, 125W), Radio Cointe en Radio Verviers (Micheroux), Radio Seraing (Plainevaux), Liège Expérimental (Beaufays), Radio Ottomont (Andrimont), Radio Ardennes (Libramont), Radio Châtelineau (Châtelineau), Radio Binche (Binche), Radio Wallonia - Bonne Espérance (Vellezeille), Radio Schaerbeek (125W, Kraainem) en Radio Conférences (Meise).

Het onstaan van de N.I.R.

Het enthousiasme van Radio Belgique werd getemperd door de hoge kosten. Radio Belgique wilde wel staatssteun maar aan de andere kant koppelden de Vlamingen daar taaleisen aan.

In 1928 werd onder het beschermschap van de christelijke middenstand en met steun van de machtige Boerenbond, een Vlaamse radio-omroep opgericht, de N.V. Radio. Met politieke steun werd de structuur van beide omroepen ondergebracht in een nieuwe openbare instelling.

NIR - RNIOp 18 juni 1930 werd het N.I.R.-I.N.R (Nationaal Instituut voor Radio-Omroep - Institut National de Radiodiffusion, de voorloper van de RTBF en de VRT) opgericht in de vorm van een openbare instelling. Marcel Van Soust de Borckenfeldt, eerder directeur van Radio Belgique, werd de eerste omroepbaas van het INR-NIR. Théo Fleishman werd directeur voor het Franstalig gedeelte. Theo De Ronde werd door de raad van beheer aangesteld tot directeur-generaal van de Vlaamse uitzendingen. Hij stierf in juni 1939 en werd opgevolgd door Jan Boon.

Radio Belgique en NV Radio stopten dus met hun uitzendingen de dag dat het NIR-RNI werd opgericht. Het personeel werd tewerkgesteld in de nieuwe nationale omroep die voor het eerst in de lucht kwam op 1 februari 1931.

Vanaf toen kregen omroepverenigingen zendtijd bij de nationale radio. Eerst werd er afgesproken om het aantal uren zendtijd in functie te brengen van het aantal leden. Om discussies te vermijden heeft men dezelfde zendtijd aan de drie grote politieke strekkingen toegekend. Hieronder een tabel met de Vlaamse en Waalse radioverenigingen.

Benaming

Betekenis
Taal
Toegekende punten
Vestiging
KVRO
Katholieke Vlaamse Radio Omroep
NL
1
Leuven
Sarov
Socialistische Arbeiders Radio Omroep voor Vlaanderen
NL
1
Antwerpen
Librado
Liberale Radio Omroep
NL
0,25
Antwerpen
Vlanara
Vlaamse Nationale Radiovereniging
NL
0,25
Antwerpen
 
Commissie der Godsdienstige Spreekbeurten
NL
   
 
De Protestantse Commissie
NL
   
 
De Vrije Gedachte
NL
   
RCB
Radio Catholique Belge
FR
   
RESEF
Radio Emission Socialiste d'Expression Française
FR
   
Solidra
Société Libérale de Radiodiffusion
FR
   
RW
Radio Wallonie
FR
   

In Veltem werden twee zendstations van elk 15 kW opgericht. De Nederlandstalige omroep kreeg de golflengte 321,9 meter (927 kHz) en de Franstalige omroep werd gehuisvest op 483,9 meter (621 kHz). Dit zijn nog steeds de vaste frequenties van respectievelijk VRT's "Radio 1" en RTBF's "La première".

18 juni 1930 was dus de datum van de geboorte van de nationale omroep. Twee dagen later kwam toenmalig minister Lippens af met een wet op luistergeld van ontvangsttoestellen. Een jaarlijkse taks van 60 BEF (1,50 Euro) werd geheven op alle bezitters van een lampenradio. De eigenaars van een kristalontvanger werden belast met 20 BEF (0,50 Euro). Dit was voor die tijd een fiks bedrag. Er waren toen reeds 76.872 radio-ontvangers in ons land. Het bezitten van een radio was toen in want het jaar daarna telde men reeds meer dan 200.000 toestellen.

Aanvankelijk zond het NIR alleen 's avonds uit tussen 17:00 en 22:00. In totaal werd er dus wekelijks voor vijfendertig uur uitgezonden, dat verdeeld moest worden tussen het eenheidsinstituut en de omroepverenigingen. Het eenheidsinstituut nam drieëntwintig uren voor zijn rekening, de twaalf overige uren werden verdeeld door middel van een puntensysteem (zie tabel hierboven).

De omroepverenigingen mochten gesproken uitzendingen en muziekprogramma's verzorgen. Zij moesten alle kosten zelf dragen maar mochten gratis gebruik maken van het omroeporkest en technische assistenten. De teksten moesten ten minste drie werkdagen op voorhand worden ingeleverd. Het NIR onderzocht of de teksten niet strijdig waren met de wetten, geen gevaar voor de openbare orde opleverden, de goede zeden niet aantastten, de overtuiging van anderen niet kwetsten of geen belediging van een andere staat inhielden. Ook de grammofoonplaten ontsnapten niet aan de controle.

Het NIR-RNI zond uit vanuit het omroepgebouw aan het Flageyplein te Elsene. Het Art Déco-gebouw werd in 1938 feestelijk in gebruik genomen. Het herbergde de aller-modernste studio's van heel Europa. De Franstaligen huisden in de linkervleugel, de Vlamingen kregen de rechtervleugel toebedeeld. Beide nationale omroepen hadden, op enkele details na, precies even veel ruimte en mogelijkheden gekregen.De grote muziekstudio had een uitstekende akoestiek en ontving de beroemdste muzikanten.

Omdat de zendmast in Veltem stond, waren er moeilijkheden om overal beluisterbaar te zijn. De Regionale zenders deden dit wel en hadden trouwens de meerderheid van het luisterpubliek. Dit werd vastgesteld door de RTT die in 1939 een marktonderzoek deed onder de eigenaars van de 1.112.900 radiotoestellen die ons land toen telde. Deze zenders werden geprefereerd door het volk omdat zij meer artistieke programma's en regionale nieuwsberichten verzorgden. De inkomsten van de particuliere radio's bestond hoofdzakelijk uit reclame dat via de microfoon werd verspreid. Zij kwamen dan ook vaak in moeilijkheden met de NIR die radioreclame verbood. Zo ontstond in 1932 een rel rond de sluiting van Radio Schaerbeek door minister Bovesse die later, onder druk van de luisteraars, op zijn beslissing terugkwam.

De klas in het jaar 2000

>> radio tijdens WOII