Wetten / besluiten / decreten
Hieronder volgen de decreten, besluiten betreffende de erkenning, organisatie, van de lokale radio's.
Datum Type Beschrijving
15 maart 1990 Ministerieel besluit Erkenning van niet-openbare radio's
24 oktober 1990 Ministerieel besluit Erkenning van niet-openbare radio's (gewijzigd)
7 november 1990 Decreet Organisatie en erkenning van lokale radio's
24 juli 1991 Besluit v/d Vlaamse Executieve Erkenning van de lokale radio's
10 januari 1992 Koninklijk besluit Klankradio-omroep in FM in de band 87,5-108 MHz
30 januari 1992 Besluit v/d Vlaamse Executieve Bepaling van de bevoegdheden van de Vl. Exec.
12 mei 2001 Besluit v/d Vlaamse Executieve Besluit van de Vlaamse regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 houdende de vaststelling van de procedure voor het Vlaams Commissariaat voor de Media
8 juni 2001 Besluit v/d Vlaamse Executieve Besluit van de Vlaamse regering houdende bepaling van het aantal landelijke radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking van de landelijke radio-omroepen worden gesteld
18 juli 2003 Besluit v/d Vlaamse Regering Besluit van de Vlaamse regering waarbij de nodige frequenties voor analoge radio ter beschikking van de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) worden gesteld
18 juli 2003 Besluit v/d Vlaamse Regering Besluit van de Vlaamse regering houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten en de frequenties die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen
4 maart 2005 Besluit v/d Vlaamse Regering Decreten betreffende de radio-omroep en de televisie.
21 december 2005 Koninklijk besluit Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 12 december 2005 houdende wijziging van de beslissing van 10 februari 2003 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de radio-omroepen, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten
22 december 2005 Besluit v/d Regering v/d Franse Gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende aanstelling van de ambtenaren belast met de invordering van geldboetes, door middel van een dwangbevel, bedoeld in artikel 156, § 1, van het decreet van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep
30 juni 2006 Besluit v/d Vlaamse Regering Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media.
     

 
KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 JANUARI 1992 BETREFFENDE DE KLANKRADIO-OMROEP IN FREQUENTIEMODULATIE IN DE BAND 87,5 MHz - 108 MHz..
Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 20.03.1992
HOOFDSTUK I - definities
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1. Executieve: de Executieve van de bevoegde gemeenschap;

  2. Reglement betreffende de radioverbindingen: het reglement betreffende radioverbindingen gevoegd bij het Internationaal Verdrag betreffende de televerbindingen, gepubliceerd door het Algemeen Secretariaat van de Internationale Unie betreffende de televerbindingen;

  3. Aanbeveling 370 van het Internationaal Consultatief Comité voor radioverbindingen: de aanbeveling die de propagatiecurven geeft die toelaten het door een zender in de meter- en decimeterfrequentiebanden voortgebracht veld te schatten;

  4. Aanbeveling 412 van het Internationaal Consultatief Comité voor radioverbindingen: de aanbeveling die, enerzijds, de beschermingsverhoudingen bepaalt die moeten worden gegarandeerd tussen het gestoord signaal en het stoorsignaal in functie van de te verzekeren dienst en van de frequentieafstand tussen de beide uitzendingen en, anderzijds, de te beschermen veldsterkten vaststelt in functie van het diensttype en van het stoorniveau in de omgeving van de ontvanger;

  5. Aanbeveling 450 van het Internationaal Consultatief Comité voor radioverbindingen: de aanbeveling die de uitzendnorm bepaalt voor klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de meterbanden;

  6. Aanbeveling 643 van het Internationaal Consultatief Comité voor radioverbindingen: de aanbeveling betreffende het systeem bestemd voor automatische afstemming evenals voor andere functies in de ontvangtoestellen voor FM radio-omroep en bruikbaar met het systeem van pilootfrequentie;

  7. Akkoord van Genève, 1984: regionaal akkoord met betrekking tot het gebruik van de band 87,5 - 108 MHz voor klankradio-omroep in frequentiemodulatie;

  8. Privaat radio-omroepstation: privaat station van een klankradio-omroepdienst;

  9. Vergunning: het document afgeleverd door een Executieve dat toestemming verleent om een privaat radio-omroepstation aan te leggen en uit te baten;

  10. Frequentieplan: de lijst van de gecoördineerde frequentietoewijzingen;

  11. Technische karakteristieken: het geheel van de kenmerkende eigenschappen van een privaat radio-omroepstation en de werkingsvoorwaarden ervan;

  12. Uitgangsvermogen: het gemiddeld vermogen van de draaggolf dat aan de uitgang van het zendtoestel beschikbaar is;

  13. Effectief uitgestraald vermogen: het aan de antenne geleverd vermogen, vermenigvuldigd met de winst van de antenne in een willekeurige richting, wanneer de referentie-antenne een verliesvrije halvegolfdipool is, afgezonderd in de ruimte;

  14. Equivalente antennehoogte: de hoogte van het middelpunt van de antenne boven het gemiddeld niveau van het maaiveld in een straal van drie tot vijftien kilometer rondom het privaat radio-omroepstation;

  15. Niet-essentiële uitstralingen: alle uitstralingen op frequenties gelegen buiten de nodige bandbreedte, die 200 kHz bedraagt, en waarvan het niveau kan worden verminderd zonder de kwaliteit van de klankinformatie aan te tasten, de harmonischen, parasitaire stralingen, intermodulatieprodukten en modulatieresten inbegrepen;

  16. Kritische zone van een ILS-systeem: een driehoekige zone van 42 km² die zich uitstrekt tot 18 km van de plaats van een lokalisator voor ILS (Instrument Landing System = systeem voor landing op instrumenten) en een hoek van 7,5° maakt aan elke kant van de as van de landingspiste van een luchthaven;

  17. Dienstzone: de zone waarbinnen de uitzendingen van een privaat radio-omroepstation theoretisch moeten kunnen worden ontvangen overeenkomstig de beschermingsnormen bepaald in artikel 3, welke zone afgebakend wordt door de nominale reikwijdte van dit station.

  18. Nominale reikwijdte: de theoretische afstand berekend vanaf de zendantenne van het privaat radio-omroepstation waarboven de bescherming van de uitzendingen van het station ten opzichte van de ruis en de storingen kleiner zijn dan de beschermingsnormen bepaald in artikel 3, welke afstand op het terrein niet kan worden gewaarborgd;

  19. Roepnaam: de naam waaronder het privaat radio-omroepstation zijn uitzendingen aankondigt;

  20. Regie: de regie van Telegrafie en Telefonie

  21. Minister: de minister of de staatssecretaris tot wiens bevoegdheid de telegrafie en de telefonie behoren.    

HOOFDSTUK II - Coördinatie van de frequenties
Artikel 2. Een gemeenschap die een nieuw frequentieplan wenst op te stellen of een wijziging wenst aan te brengen in haar plan, dient de coördinatie-aanvraag in bij de Regie die, naargelang het geval, overgaat tot de coördinatie met:
  1. de andere Gemeenschappen;

  2. de Regie der Luchtwegen;

  3. de buitenlandse administraties.

Onder wijziging van het frequentieplan verstaat men:

  1. een nieuwe frequentietoewijzing;

  2. een verhoging van het uitgestraald vermogen en/of van de equivalente antennehoogte van een bestaande toewijzing;

  3. een verplaatsing van een bestaand radio-omroepstation.

Het coördinatieverzoek bevat minstens de technische karakteristieken vermeld in bijlage 1.

De geraadpleegde Belgische organismen dienen hun akkoord of hun eventuele bezwaren behoorlijk gemotiveerd aan de Regie mede te delen binnen een maximale termijn van twee maanden. Bij gebrek aan antwoord binnen deze termijn, worden ze verondersteld hun akkoord te betuigen.

De coördinatie met de buitenlandse administraties gebeurt overeenkomstig het Akkoord van Genève, 1984.

HOOFDSTUK III - Algemene technische normen
Artikel 3.
§1. De technische basis, gebruikt voor de frequentiecoördinatie tussen radio-omroepstations, is vastgesteld door de aanbevelingen 370 en 412 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen.

§2. De technische bepalingen van het Akkoord van Genève 1984 zijn van toepassing op de uitzendingen van de Belgische radio-omroepstations.

Door elk van de Gemeenschappen of door middel van door deze onderling gesloten samenwerkingsakkoorden kan daarvan alleen worden afgeweken indien de radio-omroepstations minimaal beschermd worden:

  1. Overeenkomstig de waarden van de beschermverhoudingen voor monofonie, voorzien in aanbeveling 412, worden deze waarden met 10 dB verminderd;
  2. Tegen storingen veroorzaakt door radio-omroepstations waarvan het frequentieverschil tussen de nuttige draaggolf en de storende frequentie kleiner of gelijk is aan 200 kHz; storingen veroorzaakt door radio-omroepstations waarvaan de frequentieafstand meer dan 200 kHz bedraagt worden verwaarloosd;
  3. Voor een gemiddelde waarde van de te beschermen veldsterkte van 60 dBµV/m;
  4. Tegen constante storingen met uitsluiting van tropische storingen;

§3. De verenigbaarheid tussen radio-omroepstations en stations van de luchtvaart-radionavigatiedienst wordt vastgesteld op basis van internationaal aanvaarde berekeningsmethodes.

Een radio-omroepsysteem mag zich niet in de kritische zone van een ILS-systeem van de radionavigatiedienst bevinden.

Artikel 4.
Alle toegewezen frequenties dienen een veelvoud te zijn van 100 kHz en begrepen te zijn tussen 87,6 MHz en 107,9 MHz.

HOOFDSTUK IV - Indienstellingen, wijzigingen, storingen
Artikel 5.
Een privaat radio-omroepstation, waarvoor geen vergunning werd verleend, mag niet in dienst gesteld worden.

Artikel 6.
Vooraleer een radio-omroepstation in dienst wordt gesteld, dient de verwachte datum van indienststelling door de Executieve aan de Regie te worden medegedeeld. Deze inlichting dient vergezeld te zijn van een afschrift van de vergunning, alsmede van de in bijlage 2 bedoelde inlichtingen.

Wanneer een vergunning wordt geschorst of ingetrokken, geeft de Executieve er onmiddellijk kennis van aan de Regie.

Artikel 7.
De minister of zijn gemachtigde mag het gebruik van een frequentie verbieden of aan bepaalde beperkingen onderwerpen, teneinde de beschermingsnormen, voorzien in artikel 3 te waarborgen.

De executieve wordt hiervan door de regie op de hoogte gebracht.

Artikel 8.
Wanneer de houder van een vergunning om redenen van openbaar belang een technische wijziging van zijn privaat radio-omroepstation wordt opgelegd, richt hij zijn aanvraag om schadeloosstelling schriftelijk aan de minister, die er uitspraak over doet na het gemotiveerde advies van de Regie te hebben ingewonnen.

De schadeloosstelling wordt enkel toegestaan ten belope van de reële kosten inherent aan de opgelegde wijziging.

Zij wordt nooit verleend wanneer de wijziging uitsluitend voortvloeit uit:

  1. Een beslissing van de Executieve;
  2. De toepassing van een internationaal verdrag, gesloten na de datum van indienststelling van het radio-omroepstation;
  3. De verplichtingen ontstaan uit de toepassing van de artikelen 3 en 7 van dit besluit;
  4. De noodzaak een storing op te heffen;
HOOFDSTUK V - Toezicht op de gelijkvormigheid en technische controle van de private-omroepstations
Artikel 9.
Het privaat radio-omroepstation moet beantwoorden aan de voorschriften van dit besluit, van bijlage 3 en aan de karakteristieken en voorwaarden vastgelegd in de vergunning

De regie ziet erop toe dat het pivaat radio-omroepstation in overeenstemming is met die voorschriften

De modaliteiten van dit toezicht worden door de Minister vastgelegd

De regie gaat over tot alle proeven die zij nodig acht, inzonderheid met het oog op de uitschakeling van de niet-essentiële uitstralingen. De meetmethoden worden door de minister bepaald.

Indien het station voldoet, wordt het verzegeld. Indien het niet voldoet, moet het station worden aangepast binnen de termijn vastgesteld door de Regie.

Ingeval de wijziging niet werd uitgevoerd binnen deze termijn, stelt de Regie de Executieve daarvan op de hoogte.

Artikel 10.
De Regie verricht de technische controle van de private radio-omroepstations.

Om de identificatie van die stations mogelijk te maken, moet de roepnaam tenminste één keer per uur worden uitgezonden binnen de vijf minuten voor of na het uur.

De regie gebruikt voor de controleverrichtingen de geschikte meettoestellen en -methoden

De titularis van een vergunning moet te allen tijde aan de personeelsleden van de Regie, gemachtigd tot controle, toegang verlenen tot zijn station en hun taak vergemakkelijken met alle middelen waarover hij beschikt.

§2. Op eenvoudig verzoek van de controlediensten, hetwelk schriftelijk bevestigd wordt, moet het zendtoestel buiten dienst worden gesteld en losgekoppeld van de antenne, indien een controle blijkt dat het station:

  1. Niet gedekt is door een vergunning;
  2. Niet beantwoordt aan de technische voorschriften van dit besluit;
  3. Schadelijke storingen veroorzaakt aan andere radioverbindingsdiensten dan de radio-omroep. 

Het station mag pas opnieuw in dienst worden gesteld nadat de Regie heeft vastgesteld dat de tekortkomingen bedoeld in de vorige alinea verholpen werden.

§3. Indien het privaat radio-omroepstation niet beantwoordt aan de voorwaarden en karakteristieken van de vergunning, deelt de Regie dit mede aan de Executieve.

HOOFDSTUK VI - Slotbepalingen

Artikel 11.
Het koninklijk besluit van 20 augustus 1981 houdende regelementering voor het aanleggen en doen werken van de stations voor lokale klankradio-omroep, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 april 1984 en 5 juni 1985, wordt opgeheven.

Artikel 11.
Onze Minister van Posterijen, Telegrafie en Telefonie is belast met de uitvoering van dit besluit.


 

BIJLAGE 1 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz.
Inlichtingen te verstrekken door de gemeenschappen aan de Regie bij het indienen van een aanvraag tot coördinatie van frequentie:
  1. Naam van de plaats waar de zendantenne is opgesteld;
  2. Toegewezen frequentie;
  3. Uurrooster;
  4. Voorziene datum van indienstelling;
  5. Wijze van uitzenden: monofonie / stereofonie;
  6. Geografische coördinaten van het station:
    - lengte en breedte in graden, minuten en seconden;
  7. Hoogte vanaf de grond, ten opzichte van het zeeniveau, op de plaats van het zendstation;
  8. Hoogte van de zendantenne:
    - boven de grond;
    - maximale equivalente antennehoogte;
    - equivalente antennehoogte in 36 verschillende richtingen;
  9. Directiviteit van de antenne: directief / niet-directief;
  10. Polarisatie van de antenne;
  11. Effectief uitgestraald vermogen:
    - totaal;
    - maximale waarde van de component in horizontale polarisatie;
    - maximale waarde van de component in verticale polarisatie;
    - waarde van de horizontale component in 36 verschillende richtingen;
    - waarde van de verticale component in 36 verschillende richtingen.

BIJLAGE 2 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz.
Inlichtingen gevraagd bij het indienststelling van een radio-omroepstation:
  1. Naam en het adres van de titularis;
  2. Roepnaam van het station;
  3. Uurrooster;
  4. Wijze van uitzenden;
  5. Toegewezen frequentie;
  6. De opstellingsplaats van het station;
  7. Het merk en het type van het zendtoestel evenals het homologatienummer ervan;
  8. De maximale toegelaten waarde van het effectief uitgestraald vermogen;
  9. Het maximaal toegelaten uitgangsvermogen van het zendtoestel;
  10. Het merk, het type, de karakteristieken van de antenne en haar hoogte boven de begane grond;
  11. Het type en de lengte van de kabel die het zendtoestel met de antenne verbindt;
  12. De nominale reikwijdte;
  13. Eventueel alle andere bijzondere voorwaarden;

Elke wijziging wat de gegevens betreft, bedoeld in de punten 1, 2 en 3 moeten binnen de dertig dagen aan de regie worden medegedeeld.

Elke wijziging van de gegevens bedoeld in de punten 4 tot en met 13 moet vooraf aan de regie worden medegedeeld.

BIJLAGE 3 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz.
Technische voorschriften betreffende de zendapparaten van de stations voor private radio-omroep.

1. Algemeenheden.

De apparaten moeten zo opgevat zijn dat de regelkringen, waarvan een onoordeelkundige manipulatie storingen of een slechte werking van het apparaat zou kunnen veroorzaken, niet toegankelijk zijn aan de buitenkant van dit laatste.

Het zendtoestel zal voorzien zijn van de nodige inrichting om het op eenvoudige wijze te kunnen verzegelen. Na nazicht van het station door de Regie, zal het apparaat verzegeld worden zodat elke toegang tot de inwendige regelkringen verhinderd wordt.

2. Frequenties.

De werkfrequentie zal begrepen zijn tussen 87.6 en 107.9 MHz.

De kanaalafstand zal 100 kHz bedragen.

De relatieve frequentiestabiliteit moet beter zijn dan 10E-5.

De zendfrequentie wordt afgeleid van een kwartsoscillator. Bij het uitvallen van een essentieel onderdeel moet het zendstation automatisch worden uitgeschakeld.

Bij gebruik van een frequentiesynthesizer en/of fazevergrendelingssysteem, dient tijdens het ontbreken van synchronisatie het zendtoestel automatisch uitgeschakeld te worden.

De regeling van de uitzendfrequentie mag niet toegankelijk zijn voor de gebruiker.

3. Impedanties.

De nominale laagfrequentimpedantie zal 600 ohm bedragen ten opzichte van de aarde in de frequentieband 40 Hz tot 15000 Hz.

De karakteristieke hoogdfrequentimpedantie van het zendtoestel zal 50 ohm bedragen.

4. Voedingsspanning.

De voedingsspanning van het zendtoestel zal 220 V wisselspanning 50 Hz bedragen.

5. Vermogen.

Een inwendige regelinrichting moet toelaten het vermogen eventueel te verminderen tot de waarde die in de vergunning wordt voorgeschreven. Deze regeling mag niet toegankelijk zijn voor de gebruiker.

6. Modulatie.

Enkel frequentiemodulatie wordt toegelaten.

De maximale frequentieuitwijking is vastgelegd op +/- 75 kHz; een doeltreffende inrichting moet voorzien zijn opdat deze waarde in geen geval zou worden overschreden.

Geen enkele regeling van de maximale frequentieuitwijking mag aan de buitenkant van het apparaat toegankelijk zijn.

Er zal een genormaliseerd pre-emfasis worden voorzien, gerealiseerd door middel van een weerstandcapaciteitsnet dat een tijdsconstante van 50 µs heeft.

De bandbreedte van het hoogfrequent kanaal is vastgelegd op nominaal 200 kHz.

Een stereomultiplexsignaal, indien aanwezig, moet worden samengesteld volgens het pilootfrequentsysteem dat vastgelegd is in de aanbeveling 450 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen.

Een radiodatasignaal, indien aanwezig, moet worden samengesteld volgens de norm beschreven in de aanbeveling 643 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen.

De bandbreedte van het audiosignaal van een monozender zal beperkt zijn tot 15 kHz; een laagdoorlaatfilter moet voorzien zijn ten einde de frequentiecomponenten boven 15 kHz te verzwakken; deze filter moet een verzwakking van tenminste 30 dB vertonen bij de frequentie 20 kHz.

7. Spectrale zuiverheid.

Het maximaal vermogen van elk van de niet-essentiële uitstralingen mag aan de uitgang van het zendtoestel de volgende waarden niet overschrijden:

  1. Wat betreft de harmonischen van de zendfrequentie: een waarde van 60 dB lager dan het niveau van de niet gemoduleerde draaggolf;
  2. In de band 108 - 118 MHz: een waarde van 85 dB lager dan het niveau van de niet gemoduleerde draaggolf. Deze waarde moet evenwel niet lager liggen dan 1µW;
  3. In het nevenliggend kanaal: een waarde van 60 dB lager dan het niveau van de niet gemoduleerde draaggolf;
  4. Voorde overige frequenties: een waarde van 77 dB lager dan het niveau van de niet gemoduleerde draaggolf, zonder evenwel lager te zijn dan 5µW.

8. Uitwendige omstandigheden.

Aan alle voormelde voorschriften moet worden voldaan in de normale en uiterste testvoorwaarden.

 

wetboek

RADIODECREET 1998

RADIODECREET 1998

Publicatie : 1998-07-18

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

7 JULI 1998. - Decreet houdende wijziging van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 (1)

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering,
bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2. Artikel 28 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt :

« De particuliere radio's hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzake informatie, cultuur en ontspanning, met de bedoeling binnen hun verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking te bevorderen. De particuliere radio's staan open voor de actieve medewerking van luisteraars en verenigingen. ».

Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk I van titel III van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt :

« HOOFDSTUK I. - De particuliere radio-omroepen »

Art. 4. In de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, worden de woorden "lokale radio's" telkens vervangen door de woorden "particuliere radio's" en de woorden "lokale radio" door de woorden "particuliere radio".

Art. 5. Artikel 29 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt :

« Artikel 29. Elke inwoner van de Vlaamse Gemeenschap moet een particuliere radio kunnen beluisteren. Er zijn twee soorten van particuliere radio :

1° de lokale radio : deze radio zendt uit voor een deel van een gemeente, een gemeente of een beperkt aantal aaneensluitende gemeenten;

2° de agglomeratieradio : deze radio zendt uit voor een stedelijke agglomeratie, met name Antwerpen, Gent en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Particuliere radio's zenden via de ether uit. De Vlaamse regering stelt een frequentieplan op, keurt het goed en bepaalt hoeveel lokale radio's en agglomeratieradio's worden erkend. Op basis van het frequentieplan en het te erkennen aantal verleent het Vlaams Commissariaat voor de Media tegelijk met de erkenningen ook de zendvergunningen aan de particuliere radio's. De zendvergunning met de daarin omschreven parameters bepaalt het verzorgingsgebied van een zendinstallatie van een particuliere radio. Bij het bepalen van de verzorgingsgebieden in het frequentieplan wordt onder meer rekening gehouden met sociale, economische en culturele indicatoren, evenals met specifieke behoeften van doelgroepen. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan de erkende particuliere radio's, met het oog op een optimalisering van het verzorgingsgebied, verplichten hun zendinstallatie te verplaatsen of een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken.
De particuliere radio's kunnen binnen de Vlaamse Gemeenschap deelnemen in een samenwerkingsverband. Samenwerking is mogelijk op het vlak van informatiegaring, programma-aanmaak en reclamewerving. Voor het minimale aandeel eigen programmatie is samenwerking op het vlak van informatiegaring en programma-aanmaak uitgesloten. ».

Art. 6. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 1° vervangen door wat volgt :

« 1° de particuliere radio's moeten worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon. Het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is beperkt tot het verzorgen van radioprogramma's in het toegekende verzorgingsgebied. De leden van de raad van bestuur of de raad van beheer mogen geen politiek mandaat bekleden, noch beheerder of bestuurder zijn van een andere rechtspersoon die een particuliere radio beheert. Elke wijziging in de raad van beheer of raad van bestuur van de particuliere radio moet worden medegedeeld aan het Vlaams Commissariaat voor de Media; ».

Art. 7. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 2° vervangen door wat volgt :

« 2° de maatschappelijke zetel en de productie- en zendinstallaties moeten gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, meer bepaald binnen het verzorgingsgebied van de radio waarvoor een erkenning werd uitgereikt. De verplaatsing van de zendinstallaties binnen het verzorgingsgebied van de radio waarvoor een erkenning werd uitgereikt, is toegestaan voor zover dat inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de zendvergunning werd aangepast; ».

Art. 8. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 3° vervangen door wat volgt :

« 3° de particuliere radio's moeten aan het Vlaams Commissariaat voor de Media volgende informatie meedelen : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financieel plan, het programmatieaanbod, het redactiestatuut, de naam van de eindredacteur en het uitzendschema, de medewerkers van de particuliere radio met inbegrip van hun radio-en/of mediaervaring en hun statuut en de verhouding van de bestuursorganen en van de medewerkers ten aanzien van het verzorgingsgebied. Elke latere wijziging van die informatie moet zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media worden meegedeeld; ».

Art. 9. In artikel 32, 4°, van dezelfde decreten wordt het woord "vereniging" vervangen door het woord "rechtspersoon".

Art. 10. In artikel 32, 6°, van dezelfde decreten worden de woorden "een beroepsvereniging of een organisatie met een commercieel doel" geschrapt.

Art. 11. In artikel 32, 8°, van dezelfde decreten worden de volgende wijzigingen aangebracht :

De woorden "journaals moeten" worden vervangen door de woorden "uitgezonden informatie moet". De woorden "en geschieden onder de verantwoordelijkheid van een eindredacteur" worden vervangen door "met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is er een eindredacteur verantwoordelijk". De zinnen "Voor zijn nieuwsvoorziening kan de radio een beroep doen op samenwerkingsverbanden. De voorwaarden hiervoor worden door de Vlaamse regering bepaald;" worden geschrapt.

Art. 12. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 10° vervangen door wat volgt :

« 10° de dagprogrammatie van de particuliere radio moet voor minstens 10 percent uit informatie bestaan. Tijdens de dagprogrammatie wordt driemaal een journaal uitgezonden. De dagprogrammatie is de programmatie van 7 uur tot 22 uur; ».

Art. 13. In artikel 32, 11°, van dezelfde decreten worden in het tweede lid de woorden « voorafgegaan door de woorden "lokale radio" » geschrapt.

Art. 14. In artikel 32, 11°, van dezelfde decreten worden in het derde lid de woorden "tijdens de uitzending van de programma's minstens tweemaal per uur" vervangen door de woorden "tijdens de dagprogrammatie minstens eenmaal per uur binnen vijf minuten voor of na het uur".

Art. 15. In artikel 32, 11°, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :

« De identificatiegegevens van de particuliere radio zoals de herkenningsmelodie, de roepnaam en het grafische logo, en alle andere extra identificatiegegevens kunnen slechts verwijzen naar een andere particuliere radio, indien het gaat om programma's gerealiseerd in een samenwerkingsverband. In dat laatste geval mogen de particuliere radio's die deelnemen in het samenwerkingsverband de identificatiegegevens van het samenwerkingsverband gebruiken als aanvullend identificatiegegeven. ».

Art. 16. In artikel 32,12°, van dezelfde decreten wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :

« minstens 4,5 uur per dag dient de programmatie van een lokale radio een specifieke lokale invulling te hebben. De programmatie van een agglomeratieradio moet minstens 9 uur per dag een specifieke lokale invulling hebben. Programma's met een specifieke lokale invulling noemt men eigen programma's. Voor de overige invulling van de programmatie kan de particuliere radio een beroep doen op samenwerkingsverbanden. Eigen programma's moeten minstens een aaneengesloten tijdspanne van 30 minuten bestrijken. Het uitzendschema dat de particuliere radio's moeten meedelen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, geeft voor elke dag van de week aan op welke tijdstippen de eigen programma's worden uitgezonden. Met eigen programma's worden de programma's bedoeld die door eigen personeel of rechtstreekse medewerkers van de particuliere radio voorbereid, uitgewerkt en gerealiseerd worden, en die minstens 10 percent informatie bevatten over het eigen verzorgingsgebied. Een eigen programma kan noch uit het herhaald uitzenden, noch uit het afzonderlijk, gelijktijdig of het uitgesteld doorgeven van programma's of programmaonderdelen van derden bestaan. ».

Art. 17. In artikel 32,12°, van dezelfde decreten worden het tweede, het derde, het vierde en het vijfde lid opgeheven.

Art. 18. In artikel 34 van dezelfde decreten worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven.

Art. 19. Na artikel 38 van dezelfde decreten wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, waarvan de tekst luidt als volgt :

« HOOFDSTUK Ibis. - Kabelradio-omroepen die uitzenden voor de gehele Vlaamse Gemeenschap Artikel 38bis. Kabelradio-omroepen, hierna "kabelradio's" te noemen, zijn radio's die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap en die hun programma's via het kabelnet doorgeven.

Artikel 38ter.
¢ 1. Om erkend te worden moeten de kabelradio's worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon en moeten zij onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen.
¢ 2. De beheerders of bestuurders mogen geen politiek mandaat bekleden noch beheerder of bestuurder zijn van een andere rechtspersoon die een kabelradio beheert. Elke wijziging in de raad van beheer of raad van bestuur van de kabelradio moet worden meegedeeld aan het Vlaams Commissariaat voor de Media.
¢ 3. De maatschappelijke zetel en de productie-installaties van een kabelradio die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap valt, moeten gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
¢ 4. Uitgezonden informatie moet beantwoorden aan de gangbare normen inzake journalistieke deontologie met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is er een eindredacteur verantwoordelijk.
¢ 5. De kabelradio's dienen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media de volgende informatie mee te delen : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financieel plan, het programma-aanbod, het redactiestatuut, de naam van de eindredacteur en het uitzendschema, de medewerkers van de kabelradio met inbegrip van hun radio-ervaring en hun statuut. Elke latere wijziging van die informatie moet zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media worden meegedeeld.

Artikel 38quater.
Het maatschappelijk doel van de kabelradio's is beperkt tot het verzorgen van radioprogramma's via het kabelnet.

Artikel 38quinquies.
De artikelen 32, 14°, en 37 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie zijn eveneens van toepassing op kabelradio's. ».

Art. 20. In artikel 112, ¢ 2, van dezelfde decreten wordt een 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :

« 8° kabelradio-omroepen die uitzenden voor de gehele Vlaamse gemeenschap. ».

Art. 21.
¢ 1. Op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet behouden de particuliere radio's, erkend op basis van de bepalingen van hoofdstuk I van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, hun erkenning. Alle bestaande erkenningen vervallen op 31 december 1998. De Vlaamse regering bepaalt de procedure voor de toekenning van de nieuwe erkenningen op basis van het nieuwe frequentieplan.

¢ 2. In de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, worden aan artikel 34 de volgende leden toegevoegd :

« Indien er meerdere kandidaten zijn voor een frequentie die door het Vlaams Commissariaat voor de Media beschikbaar is verklaard, brengt het Commissariaat de betrokkenen hiervan op de hoogte. De kandidaten kunnen vervolgens een fusieovereenkomst of overeenkomst van frequentiedeling afsluiten en een in die zin gewijzigde aanvraag tot erkenning indienen. Indien er na deze procedure alsnog meerdere kandidaten overblijven, verleent het Vlaams Commissariaat voor de Media de erkenning op basis van de volgende criteria : de concrete invulling van het programma-aanbod, in het bijzonder van de eigen programma's, en van het programma-aanbod inzake informatie en cultuur, de radio-ervaring van de medewerkers en de infrastructuur. De Vlaamse regering kan bijkomende voorwaarden voor erkenning opleggen. ».

¢ 3. Het verlies van de erkenning of de vermindering van het uitzendschema kunnen geen aanleiding geven tot schadeloosstelling. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 7 juli 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering,

L. VAN DEN BRANDE

De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media,

E. VAN ROMPUY

Nota

(1) Zitting 1997-1998 :

Stukken. - Voorstel van decreet : 763 - nr. 1. - Amendementen : 763 - nrs. 2 en 3. - Verslag : 763 - nr. 4.

Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 24 juni 1998.

 

 

BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING HOUDENDE WIJZIGING VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 14 JULI 1998 HOUDENDE DE VASTSTELLING VAN DE PROCEDURE VOOR HET VLAAMS COMMISARIAAT VOOR DE MEDIA.

Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 12.05.2001

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 27 APRIL 2001.
Besluit van de Vlaamse regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 houdende de vaststelling van de procedure voor het Vlaams Commissariaat voor de Media.

De Vlaamse regering,
Gelet op de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, inzonderheid op de artikelen 38octies, § 1, 11°, en §§ 2 en 4, 38novies, § 1, 38decies, § 2, alle ingevoegd bij het decreet van 1 december 2000, en op de artikelen 116ter, § 1, ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997 en gewijzigd bij het decreet van 30 maart 1999, 116quater, § 1, ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997, en 116septies, ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997 en gewijzigd bij het decreet van 28 april 1998;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 houdende de vaststelling van de procedure voor het Vlaams Commissariaat voor de Media; Gelet op het advies van de Vlaamse Mediaraad, gegeven op 18 december 2000;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 december 2000;
Gelet op het akkoord van de minister bevoegd voor de Begroting, gegeven op 15 december 2000;
Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;
Gelet op het advies 31.220/3 van de Raad van State, gegeven op 6 maart 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid,
1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 houdende de vaststelling van de procedure voor het Vlaams Commissariaat voor de Media worden de volgende woorden toegevoegd : "en houdende de aanvullende kwalificatiecriteria om te worden erkend als landelijke radio-omroep".

Art. 2. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden tussen het woord « radio » en het woord « of », de woorden « of een landelijke radio-omroep » ingevoegd.

Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Art. 19bis.
§ 1. Om ontvankelijk te zijn omvat de aanvraag tot erkenning van een landelijke radio-omroep :

de statuten van de rechtspersoon zoals ze verschenen zijn in het Belgisch Staatsblad of, in het geval van buitenlandse rechtspersonen, in een vergelijkbaar medium, en een afschrift van de akte van oprichting, in voorkomend geval vergezeld van een vertaling naar het Nederlands;

een afschrift van de in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad of, in het geval van buitenlandse rechtspersonen, in een vergelijkbaar medium gepubliceerde lijst van bestuurders of beheerders met hun functie in de rechtspersoon, in voorkomend geval vergezeld van een vertaling naar het Nederlands;

een opgave van de plaats waar de exploitatiezetel, de productie-installaties en de zendinstallaties gelegen zullen zijn;

een gedetailleerde nota waarin de aanvrager het zendschema en het programma-aanbod opgeeft en nauwkeurig omschrijft waar en hoe hij een verscheidenheid van programma's zal brengen, inzonderheid inzake informatie en ontspanning;

een nota waarin wordt aangegeven op welke manier zal worden voldaan aan de informatieplicht en aan de verplichting dat in de programmaopbouw een Nederlandstalig muziekaanbod wordt gegarandeerd zoals bepaald in artikel 38octies, 8°, 9° en 10°, van de gecoördineerde decreten;

een verklaring dat de landelijke radio-omroep eigendom is van en bestuurd/beheerd wordt door de rechtspersoon en dat de rechtspersoon slechts één landelijke radio-omroep exploiteert, alsmede dat er geen rechtstreekse noch onrechtstreekse bindingen bestaan tussen de rechtspersonen die een landelijke radio-omroep exploiteren;

een door elke bestuurder of beheerder persoonlijk ondertekende verklaring dat hij geen politiek mandaat bekleedt, noch bestuurder of beheerder is van de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap of van een andere rechtspersoon die een landelijke radio-omroep in eigendom heeft, en/of beheert/bestuurt of exploiteert;

een verklaring dat de landelijke radio-omroep onafhankelijk is van een politieke partij;

een verklaring van de rechtspersoon dat hij onder zijn verantwoordelijkheid instaat voor het beheer en de exploitatie van de landelijke radio-omroep en waarin hij aantoont dat de programma's op de eigen verantwoordelijkheid van de landelijke radio-omroep worden gerealiseerd, zoals bepaald in artikel 38octies, 7°, van de gecoördineerde decreten;

10° een opgave van het redactiestatuut, van de hoofdredacteur, van het contingent beroepsjournalisten, stagiairs beroepsjournalisten en overige redactiemedewerkers die in dienst zullen worden genomen;

11° een opgave van het contingent van het cultureel, administratief en technisch personeel waarover de landelijke radio-omroep zal beschikken;

12° een verklaring waarbij de rechtspersoon de verbintenis aangaat een technische uitrusting te gebruiken conform de wettelijke voorschriften en de controlevoorschriften, en zich te houden aan de bepalingen van de zendvergunning;

13° een gedetailleerde nota waarin de aanvrager de infrastructuur waarover hij zal beschikken, nauwkeurig omschrijft;

14° een verklaring van de rechtspersoon waaruit blijkt dat het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren wordt aanvaard;

15° indien de landelijke radio-omroep wenst uit te zenden in een andere taal dan het Nederlands, een gedetailleerde nota waarin dit voornemen wordt toegelicht en waarin nauwkeurig het aantal en de duur van de uitzendingen in een vreemde taal wordt toegelicht;

16° de opgave van een businessplan, met inbegrip van een gedetailleerd financieel plan;

17° de opgave van de financiële structuur, en voorzover het een vennootschap betreft, van de aandeelhoudersstructuur;

18° het bewijs dat is voldaan aan de bepalingen van artikel 19quater.

§ 2. Elke latere wijziging van deze informatie moet onmiddellijk aan het Commissariaat worden meegedeeld.

§ 3. Het gebruik van een modelformulier voor het aanvragen van de erkenningen kan door het Commissariaat worden opgelegd. »

Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19ter.

§ 1. De aanvullende kwalificatiecriteria, bedoeld in artikel 38octies, § 2 en § 3, van de gecoördineerde decreten zijn de volgende :

wat de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmatie, betreft : de format van de landelijke radio-omroep; de duur van de uitzendingen; de aard en het tijdstip van de uitzendingen; de kwalitatieve inhoud en de diversiteit van de programma's, in het bijzonder van de eigen programma's met een aanbod van muziek, informatie, en ontspanning; de aandacht die daarbij besteed wordt aan de programmamix, aan de journaals, aan de informatie en informatieve programma's, aan cultuur, aan de muzikale keuzes, aan serviceprogramma's en infotainment. De concrete invulling van het programma-aanbod inzake informatie moet worden verzorgd door een eigen radionieuwsdienst, met bijzondere aandacht voor :

a) het aantal geplande nieuwsuitzendingen per dag;
b) de verscheidenheid aan onderwerpen in de nieuwsuitzendingen;
c) de voorgenomen verslaggeving van sociale en culturele evenementen binnen het verzorgingsgebied;
d) het aantal erkende beroepsjournalisten, stagiairs beroepsjournalisten, en overige redactiemedewerkers;
e) de uitbouw van een eigen radionieuwsdienst;
f) de voorgenomen investeringen in de nieuwsdienst;
g) de reeds opgedane ervaring van de aanvrager op het vlak van de verzorging van de mediaberichtgeving;

wat de media-ervaring betreft : de reeds opgedane media-ervaring van de rechtspersoon en van het cultureel, administratief en technisch personeel, inzonderheid inzake omroep; de creatieve inbreng van de medewerkers;

wat het businessplan betreft, met inbegrip van het financieel plan : de financiële positie van de aanvrager, met bijzondere aandacht voor de solvabiliteit en investeringscapaciteit van de aanvrager; de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de landelijke radio-omroep; de inzichten op het vlak van de reclamewerving en promotionele ondersteuning; de voorgenomen investeringen en de vooruitzichten op het vlak van inkomstenverwerving en de voorgenomen acties en investeringsbereidheid met het oog op de promotie van de landelijke radio-omroep; het marketingplan, het personeelsplan, het financieel plan, het investeringsplan, het financieringsplan en in voorkomend geval de jaarrekening van het laatste boekjaar van de rechtspersoon, van de samenstellende delen van de rechtspersoon of van de aandeelhouders;

wat de technische infrastructuur betreft : de technische kwaliteit en aspecten van de voorgestelde configuratie, met bijzondere aandacht voor de aanwezige technische en operationele expertise; de vooruitzichten inzake technische investeringen; de geplande technische uitrusting, infrastructuur, transmissie, inplanting en uitbouw van het zenderpark; het tijdschema voor de ontplooiing van de omroep en de benodigde frequentiepakketten.

§ 2. De ontvankelijke aanvragen worden door het Commissariaat getoetst aan de aanvullende kwalificatiecriteria, die hierbij op de volgende wijze worden gewogen :

1° 50 % voor het criterium bedoeld in § 1, 1°;
2° 20 % voor het criterium bedoeld in § 1, 2°;
3° 20 % voor het criterium bedoeld in § 1, 3°;
4° 10 % voor het criterium bedoeld in § 1, 4°.
»

Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19quater ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19quater. Elke aanvrager tot erkenning als landelijke radio-omroep betaalt, voor hij zijn kandidatuur bij het Commissariaat indient, een som van 1 000 000 frank (24 800 EUR) op rekeningnummer 091-2207001-86 van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Wetenschap, Innovatie en Media, door middel van een gecertificeerde cheque aan de order van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap om de kosten in verband met frequentieonderzoeken en administratieve handelingen te dekken. Op straffe van onontvankelijkheid moet het bewijs van betaling bij het kandidatuurdossier worden gevoegd. In geen geval kan de Vlaamse Gemeenschap of het Commissariaat aansprakelijk worden gesteld voor de vergoeding of terugbetaling van de door de aanvrager tot erkenning als landelijke radio-omroep rechtstreeks of onrechtstreeks opgelopen kosten in het kader van de procedure. Enkel wanneer het Commissariaat vaststelt dat niet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan, kan de som van 1 000 000 frank (24 800 EUR) worden teruggevorderd. »

Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19quinquies.

§ 1. Het Commissariaat kondigt in het Belgisch Staatsblad aan voor welke frequentiepakketten, zoals die zijn vastgesteld door de Vlaamse regering, een aanvraag tot erkenning als landelijke radio-omroep kan worden ingediend, met vermelding van de voorwaarden en de termijnen. Indien op hetzelfde ogenblik meerdere frequentiepakketten worden vrijgegeven, kan een kandidaat voor verschillende frequentiepakketten een aanvraag indienen, met aanduiding van eventuele voorkeur.

§ 2. Een kandidaat kan voor een welbepaald frequentiepakket slechts één enkel dossier indienen.

§ 3. De kandidaturen tot het verkrijgen van een erkenning moeten op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen vanaf de publicatie van het bericht in het Belgisch Staatsblad ingediend worden bij het Commissariaat. Deze termijn kan verlengd, noch ingekort worden.

§ 4. De kandidatuurdossiers bestaan uit de erkenningsaanvraag en alle bijhorende documenten. De erkenningsaanvraag en alle bijhorende documenten moeten in zes exemplaren worden ingediend. De kandidatuurdossiers worden in het Nederlands ingediend. De erkenningsaanvraag wordt ondertekend door de personen die volgens de wet of de statuten bevoegd zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De kandidatuurdossiers moeten tegen ontvangstbewijs op de zetel van het Commissariaat afgegeven worden. Het ontvangstbewijs vermeldt datum en uur van afgifte.

§ 5. De procedure tot toekenning start de eerste werkdag na het verstrijken van deze periode van dertig kalenderdagen.

§ 6. De eerste werkdag na het verstrijken van de in § 3 bedoelde termijn van dertig kalenderdagen, stelt het Commissariaat een proces-verbaal op waarin alle ingediende kandidatuurdossiers, gerangschikt volgens datum en uur van indiening, worden vermeld. Dit proces-verbaal wordt door de leden van het Commissariaat ondertekend. Een voor eensluidend verklaard afschrift van dit proces-verbaal wordt door het Commissariaat per aangetekende brief aan alle kandidaten meegedeeld.

§ 7. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen na de start van de procedure tot toekenning, zendt het Commissariaat aan alle kandidaten een lijst van alle ontvankelijk bevonden kandidaturen, gerangschikt volgens datum van ontvangst. Het ontvankelijkheidsonderzoek door het Commissariaat beperkt zich tot :
1° de vaststelling of de kandidatuurdossiers tijdig werden ingediend;
2° de vaststelling of het in artikel 19quater bedoelde inschrijvingsgeld tijdig werd betaald;
3° de feitelijke vaststelling of alle door artikel 19bis vereiste informatie en bijlagen in het kandidatuurdossier werden opgenomen.

§ 8. Het Commissariaat onderzoekt de ontvankelijk bevonden kandidaturen op basis van de aanvullende kwalificatiecriteria, bepaald in artikel 38octies, § 2 en § 3, van de gecoördineerde decreten, en op basis van de aanvullende kwalificatiecriteria, gespecificeerd in artikel 19ter.

§ 9. Het Commissariaat kent de erkenningen toe binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal van het Commissariaat, bepaald in § 6. De beslissing van het Commissariaat waarbij een kandidaat als landelijke radio-omroep wordt erkend, wordt genotificeerd of ter kennis gebracht per aangetekende brief aan de betrokken kandidaat. Elke kandidaat ontvangt per aangetekende brief een kopie van de met redenen omklede beslissing van het Commissariaat tot toekenning van de erkenningen. »

Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19sexies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19sexies. De erkende landelijke radio-omroep betaalt voor de ingebruikneming en het behoud van het toegewezen frequentiepakket een jaarlijkse vergoeding. De vergoeding wordt vastgesteld op de hierna bepaalde wijze :
- vanaf het tweede werkingsjaar bedraagt de jaarlijkse vergoeding een forfaitaire som van 150.000 EUR, ongeacht het bereikt marktaandeel;
- vanaf 10 % tot 25 % marktaandeel wordt de jaarlijkse vergoeding berekend a rato van 4 % van de bruto inkomsten boven het 10 % marktaandeel, vermeerderd met de forfaitaire som van 150 000 EUR;
- vanaf 25 % marktaandeel wordt de jaarlijkse vergoeding berekend a rato van 6 % van de bruto inkomsten boven het 25 % marktaandeel, vermeerderd met 4 % op de bruto-inkomsten ten belope van 15 000 000 EUR en vermeerderd met de forfaitaire som van 150 000 EUR.
Om het marktaandeel te bepalen, worden de volgende waarden gehanteerd :
- 0 tot 10 % marktaandeel : 0 tot 10 000 000 EUR bruto inkomsten;
- 10 tot 25 % marktaandeel : 10 000 000 EUR tot 25 000 000 EUR bruto-inkomsten;
- 25 % marktaandeel en meer : 25 000 000 EUR bruto-inkomsten en meer.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder bruto-inkomsten : alle inkomsten die betrekking hebben op radio-advertenties, inclusief zuivere advertenties, sponsoring en advertentieruil. Deze inkomsten zijn bruto-inkomsten, met andere woorden het officieel tarief vermenigvuldigd met het aantal uitgezonden seconden. De erkende landelijke radio - omroepen moeten de gegevens met betrekking tot de bruto-inkomsten aan het Vlaams Commissariaat voor de Media meedelen, telkens deze hierom verzoekt.
Worden niet meegerekend bij de bruto-inkomsten :
- alle inkomsten afkomstig van andere commerciële activiteiten zoals verkoop van CD's, T-shirts, horloges, inkomsten uit concerten of andere evenementen, verkoop van tickets, verkoop van advertenties op een website;
- alle inkomsten afkomstig van regie voor derden en verkoop van software aan andere omroepen.

Vergoedingen die op de vastgestelde vervaldatum niet zijn betaald, geven van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot een intrest tegen het wettelijk tarief, verhoogd met 2 %. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand. De eventuele betwisting van de berekening van de vergoeding schorst geenszins de verplichting het bedrag te betalen dat door het Commissariaat is meegedeeld. De erkende landelijke radio-omroep moet bij de Deposito- en Consignatiekas in geld of in openbare fondsen een borgtocht van 6 050 0000 frank (150 000 EUR) neerleggen, bestemd om de geldelijke verplichtingen te waarborgen die aan de landelijke radio-omroep worden opgelegd. Deze borgtocht moet worden neergelegd uiterlijk de tiende dag na de ontvangst van de beslissing, bedoeld in artikel 19quinquies, § 9, op straffe van nietigverklaring van de erkenning. »

Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19octies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19septies. Het Commissariaat kan op ieder ogenblik de erkenning van de landelijke radio-omroep schorsen of intrekken indien de landelijke radio-omroep zich niet houdt aan de bepalingen van de gecoördineerde decreten, dit besluit, de voorwaarden van de erkenning, alsmede de voorwaarden bepaald in de offerte die door deze erkende landelijke radio-omroep ingediend is, in overeenstemming waarmee het Commissariaat de erkenning heeft afgeleverd. De schorsing of de intrekking wordt steeds voorafgegaan door een ingebrekestelling vanwege het Commissariaat die de landelijke radio-omroep de kans biedt zich in regel te stellen. De landelijke radio-omroep beschikt over ten minste een maand tijd om de toestand te regulariseren. Die termijn kan door het Commissariaat worden verlengd naar gelang de vastgestelde inbreuk. Op diens verzoek wordt de landelijke radio-omroep gehoord. Geen enkele schorsing of intrekking geeft aanleiding tot enige vergoeding noch tot terugbetaling van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 19quater en artikel 19sexies zijn betaald. »

Art. 9. Aan artikel 24 van hetzelfde besluit wordt § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de landelijke radio-omroepen. » Art. 10. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 30. De jaarlijkse werkings en financiële verslagen zoals bepaald in artikel 32, 14°, 38octies, § 1, 11°, 45, 53, 13°, 62 en 65 van de gecoördineerde decreten moeten jaarlijks aan het Commissariaat overgelegd worden voor 30 juni. » Art. 11. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de woorden « 30 dagen » vervangen door de woorden « twee maanden ». Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 27 april 2001.

handtekening

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN

 

BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING HOUDENDE BEPALING VAN HET AANTAL LANDELIJKE RADIO-OMROEPEN DAT KAN WORDEN ERKEND EN HOUDENDE VASTSTELLING VAN DE FREQUENTIEPAKETTEN DIE TER BESCHIKKING VAN DE LANDELIJKE RADIO-OMROEPEN WORDEN GESTELD.

Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 16.06.2001

De Vlaamse regering,
Gelet op de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, inzonderheid op artikel 38decies; § 1, ingevoegd bij het decreet van 1 december 2000;
Overwegende dat een aanvraag tot coördinatie, zoals bedoeld bij het koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in de frequentiemodulatie in de band 87.5 MHz - 108 MHz, op 28 april en 17 november 2000 bij het BIPT werd ingediend;
Overwegende dat de internationale coördinatieprocedure is afgerond;
Overwegende dat de beginselen van behoorlijk bestuur vereisen dat de binnenlandse coördinatieprocedure binnen een redelijke termijn wordt afgerond, dat de ter beschikking gestelde frequenties slechts kunnen worden gebruikt met naleving van de karakteristieken van de coördinatie en dat de frequentiepakketten onverwijld moeten worden vastgelegd om uitvoering te geven aan bovengenoemd artikel 38decies, § 1 van de decreten betreffende de radio en televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995;
Overwegende dat uit de parlementaire voorbereidingen van het decreet van 1 december 2000 blijkt dat het erkennen van particuliere landelijke radio-omroepen een dringende aangelegenheid is, dat om aan de bij het decreet van 1 december 2000 vastgestelde dringende behoeften tegemoet te kunnen komen en rekening gehouden met gekende aangegane verbintenissen de frequentiepakketten onverwijld dienen te worden vastgelegd derwijze dat er tijdig uitvoering wordt gegeven aan bovengenoemd artikel 38decies, § 1 van de decreten betreffende de radio en televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995;
Op voorstel van de Vlaams minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media,

Besluit :

Artikel 1. Voor de Vlaamse Gemeenschap kunnen twee landelijke radio-omroepen door het Vlaams Commissariaat voor de Media worden erkend.

Art. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, wordt aan elk van de radio-omroepen, bedoeld in artikel 1, één van de in bijlage bij dit besluit vermelde frequentiepakketten ter beschikking gesteld.

Art. 3. De volgende frequenties in het frequentiepakket bedoeld in frequentiepakket 1 van de bijlage bij dit besluit kunnen slechts worden toegekend na afronding van de coördinatieprocedure :

1° Egem 94,90
2° Voeren 97,40
3° Beringen 98,40
4° Brussel 98,80
5° Mechelen 99,00
6° Oostvleteren 101,00

De volgende frequenties in het frequentiepakket bedoeld in frequentiepakket 2 van de bijlage bij dit besluit kunnen slechts worden toegekend na afronding van de coördinatieprocedure :

1° Mechelen 96,70
2° Brussel 98,10

Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 8 juni 2001 De minister-president van de Vlaamse regering P. DEWAEL De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN Bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 2001 houdende bepaling van het aantal landelijke radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking van de landelijke radio-omroepen worden gesteld

FREQUENTIE PAKKET -1-

Plaats
Frequentie
Vermogen Hoogte Provincie
AALST
90,00MHz
500 W
35 m
Oost Vlaanderen
ANTWERPEN
99,20MHz
10000 W
117 m
Antwerpen
BERINGEN
98,40MHz
500 W
70 m
Limburg
BRUGGE
89,60MHz
2000 W
62 m
West Vlaanderen
BRUSSEL
98,80MHz
3160 W
65 m
Brussel
DIEST
99,00MHz
500 W
25 m
Vlaams Brabant
EGEM
94,00MHz
2000 W
200 m
West Vlaanderen
EGEM
94,90MHz
3160 W
100 m
West Vlaanderen
GENK
88,00MHz
500 W
140 m
Limburg
GENT
96,30MHz
2000 W
75 m
Oost Vlaanderen
HAMONT-ACHEL
96,50MHz
500 W
35 m
Limburg
HASSELT
99,20MHz
500 W
35 m
Limburg
HOOGLEDE
96,20MHz
500 W
30 m
West Vlaanderen
KORTRIJK
92,70MHz
2000 W
50 m
West Vlaanderen
LEUVEN
99,70MHz
1000 W
72 m
Vlaams Brabant
MECHELEN
99,00MHz
1000 W
59 m
Antwerpen
NINOVE
99,70MHz
250 W
23 m
Oost Vlaanderen
OOSTVLETEREN
101,00MHz
20000 W
130 m
Vlaams Brabant
SINT-TRUIDEN
89,20MHz
500 W
70 m
Limburg
TIELEN
91,40MHz
316 W
26 m
Antwerpen
TONGEREN
89,10MHz
1000 W
60 m
Limburg
TURNHOUT
95,10MHz
1000 W
42 m
Antwerpen
VOEREN
97,40MHz
250 W
38 m
Limburg

     

FREQUENTIE PAKKET -2-

Plaats Frequentie Vermogen Hoogte Provincie
AALST
93,00MHz
316 W
18 m
Oost Vlaanderen
ANTWERPEN
92,90MHz
500 W
60 m
Antwerpen
ANTWERPEN
98,00MHz
1000 W
117 m
Antwerpen
BERINGEN
92,80MHz
1000 W
60 m
Limburg
BERLAAR
92,70MHz
316 W
32 m
Vlaams Brabant
BREDENE 
87,60MHz
5000 W
60 m
West Vlaanderen
BREE
93,50MHz
1000 W
70 m
Limburg
BRUGGE-CENTRUM
88,10MHz
1000 W
75 m
West Vlaanderen
BRUSSEL
98,40MHz
10000 W
43 m
Brussel
BRUSSEL
98,10MHz
200 W
33 m
Brussel
DENDERMONDE
92,20MHz
3160 W
50 m
Oost Vlaanderen
DIKSMUIDE
88,90MHz
1000 W
120 m
West Vlaanderen
EGEM
98,20MHz
3160 W
150 m
West Vlaanderen
GEEL
93,50MHz
1000 W
70 m
Antwerpen
GENK
94,70MHz
250 W
150 m
Limburg
GENT
88,60MHz
3160 W
75 m
Oost Vlaanderen
GENT
92,80MHz
1000 W
75 m
Oost Vlaanderen
HASSELT
96,80MHz
500 W
28 m
Limburg
HERENTALS
92,20MHz
1000 W
75 m
Antwerpen
HERZELE
90,90MHz
1000 W
70 m
Oost Vlaanderen
HEUSDEN-ZOLDER
88,80MHz
500 W
28 m
Limburg
KORTRIJK
88,00MHz
2000 W
50 m
West Vlaanderen
LEUVEN
92,20MHz
316 W
40 m
Vlaams Brabant
LOMMEL
95,90MHz
500 W
33 m
Limburg
MECHELEN
96,70MHz
2000 W
59 m
Antwerpen
NIEUWRODE
90,30MHz
500 W
25 m
Vlaams Brabant
OOSTVLETEREN
88,30MHz
1000 W
120 m
West Vlaanderen
SINT-NIKLAAS
93,50MHz
2000 W
75 m
Oost Vlaanderen
SINT-TRUIDEN
96,90MHz
1000 W
70 m
Limburg
TONGEREN
94,80MHz
200 W
140 m
Limburg
TURNHOUT
90,60MHz
5000 W
60 m
Antwerpen
VELTEM 
95,80MHz
1000 W
80 m
Vlaams Brabant
WIJTSCHATE
93,20MHz
316 W
38 m
West Vlaanderen

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 2001 houdende bepaling van het aantal landelijke radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking van de landelijke radio-omroepen worden gesteld.

Brussel, 8 juni 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN

 

>> de VRT en de rest van de FM-band