| Wetten / besluiten / decreten |
| KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 JANUARI 1992 BETREFFENDE DE KLANKRADIO-OMROEP IN FREQUENTIEMODULATIE IN DE BAND 87,5 MHz - 108 MHz.. |
| Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 20.03.1992 |
| HOOFDSTUK I - definities |
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan
onder:
|
| HOOFDSTUK II - Coördinatie van de frequenties |
Artikel 2.
Een gemeenschap die een nieuw frequentieplan wenst op te stellen of een wijziging
wenst aan te brengen in haar plan, dient de coördinatie-aanvraag in
bij de Regie die, naargelang het geval, overgaat tot de coördinatie
met:
Onder wijziging van het frequentieplan verstaat men:
Het coördinatieverzoek bevat minstens de technische karakteristieken vermeld in bijlage 1. De geraadpleegde Belgische organismen dienen hun akkoord of hun eventuele bezwaren behoorlijk gemotiveerd aan de Regie mede te delen binnen een maximale termijn van twee maanden. Bij gebrek aan antwoord binnen deze termijn, worden ze verondersteld hun akkoord te betuigen. De coördinatie met de buitenlandse administraties gebeurt overeenkomstig het Akkoord van Genève, 1984.
|
| HOOFDSTUK III - Algemene technische normen |
| Artikel
3. §1. De technische basis, gebruikt voor de frequentiecoördinatie tussen radio-omroepstations, is vastgesteld door de aanbevelingen 370 en 412 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen. §2. De technische bepalingen van het Akkoord van Genève 1984 zijn van toepassing op de uitzendingen van de Belgische radio-omroepstations. Door elk van de Gemeenschappen of door middel van door deze onderling gesloten samenwerkingsakkoorden kan daarvan alleen worden afgeweken indien de radio-omroepstations minimaal beschermd worden:
§3. De verenigbaarheid tussen radio-omroepstations en stations van de luchtvaart-radionavigatiedienst wordt vastgesteld op basis van internationaal aanvaarde berekeningsmethodes. Een radio-omroepsysteem mag zich niet in de kritische zone van een ILS-systeem van de radionavigatiedienst bevinden.
Artikel 4.
|
| HOOFDSTUK IV - Indienstellingen, wijzigingen, storingen |
| Artikel
5. Een privaat radio-omroepstation, waarvoor geen vergunning werd verleend, mag niet in dienst gesteld worden.
Artikel 6. Wanneer een vergunning wordt geschorst of ingetrokken, geeft de Executieve er onmiddellijk kennis van aan de Regie.
Artikel 7. De executieve wordt hiervan door de regie op de hoogte gebracht.
Artikel 8. De schadeloosstelling wordt enkel toegestaan ten belope van de reële kosten inherent aan de opgelegde wijziging. Zij wordt nooit verleend wanneer de wijziging uitsluitend voortvloeit uit:
|
| HOOFDSTUK V - Toezicht op de gelijkvormigheid en technische controle van de private-omroepstations |
| Artikel
9. Het privaat radio-omroepstation moet beantwoorden aan de voorschriften van dit besluit, van bijlage 3 en aan de karakteristieken en voorwaarden vastgelegd in de vergunning De regie ziet erop toe dat het pivaat radio-omroepstation in overeenstemming is met die voorschriften De modaliteiten van dit toezicht worden door de Minister vastgelegd De regie gaat over tot alle proeven die zij nodig acht, inzonderheid met het oog op de uitschakeling van de niet-essentiële uitstralingen. De meetmethoden worden door de minister bepaald. Indien het station voldoet, wordt het verzegeld. Indien het niet voldoet, moet het station worden aangepast binnen de termijn vastgesteld door de Regie. Ingeval de wijziging niet werd uitgevoerd binnen deze termijn, stelt de Regie de Executieve daarvan op de hoogte.
Artikel 10. Om de identificatie van die stations mogelijk te maken, moet de roepnaam tenminste één keer per uur worden uitgezonden binnen de vijf minuten voor of na het uur. De regie gebruikt voor de controleverrichtingen de geschikte meettoestellen en -methoden De titularis van een vergunning moet te allen tijde aan de personeelsleden van de Regie, gemachtigd tot controle, toegang verlenen tot zijn station en hun taak vergemakkelijken met alle middelen waarover hij beschikt. §2. Op eenvoudig verzoek van de controlediensten, hetwelk schriftelijk bevestigd wordt, moet het zendtoestel buiten dienst worden gesteld en losgekoppeld van de antenne, indien een controle blijkt dat het station:
Het station mag pas opnieuw in dienst worden gesteld nadat de Regie heeft vastgesteld dat de tekortkomingen bedoeld in de vorige alinea verholpen werden.
§3. Indien het
privaat radio-omroepstation niet beantwoordt aan de voorwaarden en
karakteristieken van de vergunning, deelt de Regie dit mede aan de
Executieve. |
| HOOFDSTUK VI - Slotbepalingen |
|
Artikel
11.
Artikel 11.
|
| BIJLAGE 1 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz. |
Inlichtingen te
verstrekken door de gemeenschappen aan de Regie bij het indienen van een
aanvraag tot coördinatie van frequentie:
|
| BIJLAGE 2 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz. |
Inlichtingen gevraagd
bij het indienststelling van een radio-omroepstation:
Elke wijziging wat de gegevens betreft, bedoeld in de punten 1, 2 en 3 moeten binnen de dertig dagen aan de regie worden medegedeeld. Elke wijziging van de gegevens bedoeld in de punten 4 tot en met 13 moet vooraf aan de regie worden medegedeeld.
|
| BIJLAGE 3 bij het Koninklijk besluit van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in frequentiemodulatie in de band 87,5 MHz - 108 MHz. |
| Technische voorschriften
betreffende de zendapparaten van de stations voor private radio-omroep.
1. Algemeenheden. De apparaten moeten zo opgevat zijn dat de regelkringen, waarvan een onoordeelkundige manipulatie storingen of een slechte werking van het apparaat zou kunnen veroorzaken, niet toegankelijk zijn aan de buitenkant van dit laatste. Het zendtoestel zal voorzien zijn van de nodige inrichting om het op eenvoudige wijze te kunnen verzegelen. Na nazicht van het station door de Regie, zal het apparaat verzegeld worden zodat elke toegang tot de inwendige regelkringen verhinderd wordt. 2. Frequenties. De werkfrequentie zal begrepen zijn tussen 87.6 en 107.9 MHz. De kanaalafstand zal 100 kHz bedragen. De relatieve frequentiestabiliteit moet beter zijn dan 10E-5. De zendfrequentie wordt afgeleid van een kwartsoscillator. Bij het uitvallen van een essentieel onderdeel moet het zendstation automatisch worden uitgeschakeld. Bij gebruik van een frequentiesynthesizer en/of fazevergrendelingssysteem, dient tijdens het ontbreken van synchronisatie het zendtoestel automatisch uitgeschakeld te worden. De regeling van de uitzendfrequentie mag niet toegankelijk zijn voor de gebruiker. 3. Impedanties. De nominale laagfrequentimpedantie zal 600 ohm bedragen ten opzichte van de aarde in de frequentieband 40 Hz tot 15000 Hz. De karakteristieke hoogdfrequentimpedantie van het zendtoestel zal 50 ohm bedragen. 4. Voedingsspanning. De voedingsspanning van het zendtoestel zal 220 V wisselspanning 50 Hz bedragen. 5. Vermogen. Een inwendige regelinrichting moet toelaten het vermogen eventueel te verminderen tot de waarde die in de vergunning wordt voorgeschreven. Deze regeling mag niet toegankelijk zijn voor de gebruiker. 6. Modulatie. Enkel frequentiemodulatie wordt toegelaten. De maximale frequentieuitwijking is vastgelegd op +/- 75 kHz; een doeltreffende inrichting moet voorzien zijn opdat deze waarde in geen geval zou worden overschreden. Geen enkele regeling van de maximale frequentieuitwijking mag aan de buitenkant van het apparaat toegankelijk zijn. Er zal een genormaliseerd pre-emfasis worden voorzien, gerealiseerd door middel van een weerstandcapaciteitsnet dat een tijdsconstante van 50 µs heeft. De bandbreedte van het hoogfrequent kanaal is vastgelegd op nominaal 200 kHz. Een stereomultiplexsignaal, indien aanwezig, moet worden samengesteld volgens het pilootfrequentsysteem dat vastgelegd is in de aanbeveling 450 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen. Een radiodatasignaal, indien aanwezig, moet worden samengesteld volgens de norm beschreven in de aanbeveling 643 van het Internationaal Consultatief Comité voor Radioverbindingen. De bandbreedte van het audiosignaal van een monozender zal beperkt zijn tot 15 kHz; een laagdoorlaatfilter moet voorzien zijn ten einde de frequentiecomponenten boven 15 kHz te verzwakken; deze filter moet een verzwakking van tenminste 30 dB vertonen bij de frequentie 20 kHz. 7. Spectrale zuiverheid. Het maximaal vermogen van elk van de niet-essentiële uitstralingen mag aan de uitgang van het zendtoestel de volgende waarden niet overschrijden:
8. Uitwendige omstandigheden. Aan alle voormelde voorschriften moet worden voldaan in de normale en uiterste testvoorwaarden.
|

| RADIODECREET 1998 |
|
RADIODECREET 1998 Publicatie : 1998-07-18 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 7 JULI 1998. - Decreet houdende wijziging van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 (1) Het Vlaams Parlement
heeft aangenomen en Wij, Regering, Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2. Artikel 28 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt : « De particuliere radio's hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzake informatie, cultuur en ontspanning, met de bedoeling binnen hun verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking te bevorderen. De particuliere radio's staan open voor de actieve medewerking van luisteraars en verenigingen. ». Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk I van titel III van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK I. - De particuliere radio-omroepen » Art. 4. In de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, worden de woorden "lokale radio's" telkens vervangen door de woorden "particuliere radio's" en de woorden "lokale radio" door de woorden "particuliere radio". Art. 5. Artikel 29 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 29. Elke inwoner van de Vlaamse Gemeenschap moet een particuliere radio kunnen beluisteren. Er zijn twee soorten van particuliere radio : 1° de lokale radio : deze radio zendt uit voor een deel van een gemeente, een gemeente of een beperkt aantal aaneensluitende gemeenten; 2° de agglomeratieradio
: deze radio zendt uit voor een stedelijke agglomeratie, met name Antwerpen,
Gent en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Art. 6. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 1° vervangen door wat volgt : « 1° de particuliere radio's moeten worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon. Het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is beperkt tot het verzorgen van radioprogramma's in het toegekende verzorgingsgebied. De leden van de raad van bestuur of de raad van beheer mogen geen politiek mandaat bekleden, noch beheerder of bestuurder zijn van een andere rechtspersoon die een particuliere radio beheert. Elke wijziging in de raad van beheer of raad van bestuur van de particuliere radio moet worden medegedeeld aan het Vlaams Commissariaat voor de Media; ». Art. 7. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de maatschappelijke zetel en de productie- en zendinstallaties moeten gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, meer bepaald binnen het verzorgingsgebied van de radio waarvoor een erkenning werd uitgereikt. De verplaatsing van de zendinstallaties binnen het verzorgingsgebied van de radio waarvoor een erkenning werd uitgereikt, is toegestaan voor zover dat inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de zendvergunning werd aangepast; ». Art. 8. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 3° vervangen door wat volgt : « 3° de particuliere radio's moeten aan het Vlaams Commissariaat voor de Media volgende informatie meedelen : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financieel plan, het programmatieaanbod, het redactiestatuut, de naam van de eindredacteur en het uitzendschema, de medewerkers van de particuliere radio met inbegrip van hun radio-en/of mediaervaring en hun statuut en de verhouding van de bestuursorganen en van de medewerkers ten aanzien van het verzorgingsgebied. Elke latere wijziging van die informatie moet zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media worden meegedeeld; ». Art. 9. In artikel 32, 4°, van dezelfde decreten wordt het woord "vereniging" vervangen door het woord "rechtspersoon". Art. 10. In artikel 32, 6°, van dezelfde decreten worden de woorden "een beroepsvereniging of een organisatie met een commercieel doel" geschrapt. Art. 11. In artikel 32, 8°, van dezelfde decreten worden de volgende wijzigingen aangebracht : De woorden "journaals moeten" worden vervangen door de woorden "uitgezonden informatie moet". De woorden "en geschieden onder de verantwoordelijkheid van een eindredacteur" worden vervangen door "met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is er een eindredacteur verantwoordelijk". De zinnen "Voor zijn nieuwsvoorziening kan de radio een beroep doen op samenwerkingsverbanden. De voorwaarden hiervoor worden door de Vlaamse regering bepaald;" worden geschrapt. Art. 12. In artikel 32 van dezelfde decreten wordt 10° vervangen door wat volgt : « 10° de dagprogrammatie van de particuliere radio moet voor minstens 10 percent uit informatie bestaan. Tijdens de dagprogrammatie wordt driemaal een journaal uitgezonden. De dagprogrammatie is de programmatie van 7 uur tot 22 uur; ». Art. 13. In artikel 32, 11°, van dezelfde decreten worden in het tweede lid de woorden « voorafgegaan door de woorden "lokale radio" » geschrapt. Art. 14. In artikel 32, 11°, van dezelfde decreten worden in het derde lid de woorden "tijdens de uitzending van de programma's minstens tweemaal per uur" vervangen door de woorden "tijdens de dagprogrammatie minstens eenmaal per uur binnen vijf minuten voor of na het uur". Art. 15. In artikel 32, 11°, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt : « De identificatiegegevens van de particuliere radio zoals de herkenningsmelodie, de roepnaam en het grafische logo, en alle andere extra identificatiegegevens kunnen slechts verwijzen naar een andere particuliere radio, indien het gaat om programma's gerealiseerd in een samenwerkingsverband. In dat laatste geval mogen de particuliere radio's die deelnemen in het samenwerkingsverband de identificatiegegevens van het samenwerkingsverband gebruiken als aanvullend identificatiegegeven. ». Art. 16. In artikel 32,12°, van dezelfde decreten wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « minstens 4,5 uur per dag dient de programmatie van een lokale radio een specifieke lokale invulling te hebben. De programmatie van een agglomeratieradio moet minstens 9 uur per dag een specifieke lokale invulling hebben. Programma's met een specifieke lokale invulling noemt men eigen programma's. Voor de overige invulling van de programmatie kan de particuliere radio een beroep doen op samenwerkingsverbanden. Eigen programma's moeten minstens een aaneengesloten tijdspanne van 30 minuten bestrijken. Het uitzendschema dat de particuliere radio's moeten meedelen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, geeft voor elke dag van de week aan op welke tijdstippen de eigen programma's worden uitgezonden. Met eigen programma's worden de programma's bedoeld die door eigen personeel of rechtstreekse medewerkers van de particuliere radio voorbereid, uitgewerkt en gerealiseerd worden, en die minstens 10 percent informatie bevatten over het eigen verzorgingsgebied. Een eigen programma kan noch uit het herhaald uitzenden, noch uit het afzonderlijk, gelijktijdig of het uitgesteld doorgeven van programma's of programmaonderdelen van derden bestaan. ». Art. 17. In artikel 32,12°, van dezelfde decreten worden het tweede, het derde, het vierde en het vijfde lid opgeheven. Art. 18. In artikel 34 van dezelfde decreten worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven. Art. 19. Na artikel 38 van dezelfde decreten wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, waarvan de tekst luidt als volgt : « HOOFDSTUK Ibis. - Kabelradio-omroepen die uitzenden voor de gehele Vlaamse Gemeenschap Artikel 38bis. Kabelradio-omroepen, hierna "kabelradio's" te noemen, zijn radio's die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap en die hun programma's via het kabelnet doorgeven. Artikel 38ter. Artikel 38quater. Artikel 38quinquies. Art. 20. In artikel 112, ¢ 2, van dezelfde decreten wordt een 8° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 8° kabelradio-omroepen die uitzenden voor de gehele Vlaamse gemeenschap. ». Art. 21. ¢ 2. In de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, worden aan artikel 34 de volgende leden toegevoegd : « Indien er meerdere kandidaten zijn voor een frequentie die door het Vlaams Commissariaat voor de Media beschikbaar is verklaard, brengt het Commissariaat de betrokkenen hiervan op de hoogte. De kandidaten kunnen vervolgens een fusieovereenkomst of overeenkomst van frequentiedeling afsluiten en een in die zin gewijzigde aanvraag tot erkenning indienen. Indien er na deze procedure alsnog meerdere kandidaten overblijven, verleent het Vlaams Commissariaat voor de Media de erkenning op basis van de volgende criteria : de concrete invulling van het programma-aanbod, in het bijzonder van de eigen programma's, en van het programma-aanbod inzake informatie en cultuur, de radio-ervaring van de medewerkers en de infrastructuur. De Vlaamse regering kan bijkomende voorwaarden voor erkenning opleggen. ». ¢ 3. Het verlies van de erkenning of de vermindering van het uitzendschema kunnen geen aanleiding geven tot schadeloosstelling. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 7 juli 1998. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, E. VAN ROMPUY Nota (1) Zitting 1997-1998 : Stukken. - Voorstel van decreet : 763 - nr. 1. - Amendementen : 763 - nrs. 2 en 3. - Verslag : 763 - nr. 4. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 24 juni 1998.
|

| BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING HOUDENDE WIJZIGING VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 14 JULI 1998 HOUDENDE DE VASTSTELLING VAN DE PROCEDURE VOOR HET VLAAMS COMMISARIAAT VOOR DE MEDIA. |
|
Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 12.05.2001 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 27 APRIL 2001. De Vlaamse regering, Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 houdende de vaststelling van de procedure voor het Vlaams Commissariaat voor de Media worden de volgende woorden toegevoegd : "en houdende de aanvullende kwalificatiecriteria om te worden erkend als landelijke radio-omroep". Art. 2. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden tussen het woord « radio » en het woord « of », de woorden « of een landelijke radio-omroep » ingevoegd. Art. 3. In hetzelfde besluit
wordt een artikel 19bis ingevoegd, dat luidt als volgt : 1° de statuten van de rechtspersoon zoals ze verschenen zijn in het Belgisch Staatsblad of, in het geval van buitenlandse rechtspersonen, in een vergelijkbaar medium, en een afschrift van de akte van oprichting, in voorkomend geval vergezeld van een vertaling naar het Nederlands; 2° een afschrift van de in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad of, in het geval van buitenlandse rechtspersonen, in een vergelijkbaar medium gepubliceerde lijst van bestuurders of beheerders met hun functie in de rechtspersoon, in voorkomend geval vergezeld van een vertaling naar het Nederlands; 3° een opgave van de plaats waar de exploitatiezetel, de productie-installaties en de zendinstallaties gelegen zullen zijn; 4° een gedetailleerde nota waarin de aanvrager het zendschema en het programma-aanbod opgeeft en nauwkeurig omschrijft waar en hoe hij een verscheidenheid van programma's zal brengen, inzonderheid inzake informatie en ontspanning; 5° een nota waarin wordt aangegeven op welke manier zal worden voldaan aan de informatieplicht en aan de verplichting dat in de programmaopbouw een Nederlandstalig muziekaanbod wordt gegarandeerd zoals bepaald in artikel 38octies, 8°, 9° en 10°, van de gecoördineerde decreten; 6° een verklaring dat de landelijke radio-omroep eigendom is van en bestuurd/beheerd wordt door de rechtspersoon en dat de rechtspersoon slechts één landelijke radio-omroep exploiteert, alsmede dat er geen rechtstreekse noch onrechtstreekse bindingen bestaan tussen de rechtspersonen die een landelijke radio-omroep exploiteren; 7° een door elke bestuurder of beheerder persoonlijk ondertekende verklaring dat hij geen politiek mandaat bekleedt, noch bestuurder of beheerder is van de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap of van een andere rechtspersoon die een landelijke radio-omroep in eigendom heeft, en/of beheert/bestuurt of exploiteert; 8° een verklaring dat de landelijke radio-omroep onafhankelijk is van een politieke partij; 9° een verklaring van de rechtspersoon dat hij onder zijn verantwoordelijkheid instaat voor het beheer en de exploitatie van de landelijke radio-omroep en waarin hij aantoont dat de programma's op de eigen verantwoordelijkheid van de landelijke radio-omroep worden gerealiseerd, zoals bepaald in artikel 38octies, 7°, van de gecoördineerde decreten; 10° een opgave van het redactiestatuut, van de hoofdredacteur, van het contingent beroepsjournalisten, stagiairs beroepsjournalisten en overige redactiemedewerkers die in dienst zullen worden genomen; 11° een opgave van het contingent van het cultureel, administratief en technisch personeel waarover de landelijke radio-omroep zal beschikken; 12° een verklaring waarbij de rechtspersoon de verbintenis aangaat een technische uitrusting te gebruiken conform de wettelijke voorschriften en de controlevoorschriften, en zich te houden aan de bepalingen van de zendvergunning; 13° een gedetailleerde nota waarin de aanvrager de infrastructuur waarover hij zal beschikken, nauwkeurig omschrijft; 14° een verklaring van de rechtspersoon waaruit blijkt dat het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren wordt aanvaard; 15° indien de landelijke radio-omroep wenst uit te zenden in een andere taal dan het Nederlands, een gedetailleerde nota waarin dit voornemen wordt toegelicht en waarin nauwkeurig het aantal en de duur van de uitzendingen in een vreemde taal wordt toegelicht; 16° de opgave van een businessplan, met inbegrip van een gedetailleerd financieel plan; 17° de opgave van de financiële structuur, en voorzover het een vennootschap betreft, van de aandeelhoudersstructuur; 18° het bewijs dat is voldaan aan de bepalingen van artikel 19quater. § 2. Elke latere wijziging van deze informatie moet onmiddellijk aan het Commissariaat worden meegedeeld. § 3. Het gebruik van een modelformulier voor het aanvragen van de erkenningen kan door het Commissariaat worden opgelegd. » Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19ter. § 1. De aanvullende kwalificatiecriteria, bedoeld in artikel 38octies, § 2 en § 3, van de gecoördineerde decreten zijn de volgende : 1° wat de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmatie, betreft : de format van de landelijke radio-omroep; de duur van de uitzendingen; de aard en het tijdstip van de uitzendingen; de kwalitatieve inhoud en de diversiteit van de programma's, in het bijzonder van de eigen programma's met een aanbod van muziek, informatie, en ontspanning; de aandacht die daarbij besteed wordt aan de programmamix, aan de journaals, aan de informatie en informatieve programma's, aan cultuur, aan de muzikale keuzes, aan serviceprogramma's en infotainment. De concrete invulling van het programma-aanbod inzake informatie moet worden verzorgd door een eigen radionieuwsdienst, met bijzondere aandacht voor : a) het aantal geplande nieuwsuitzendingen
per dag; 2° wat de media-ervaring betreft : de reeds opgedane media-ervaring van de rechtspersoon en van het cultureel, administratief en technisch personeel, inzonderheid inzake omroep; de creatieve inbreng van de medewerkers; 3° wat het businessplan betreft, met inbegrip van het financieel plan : de financiële positie van de aanvrager, met bijzondere aandacht voor de solvabiliteit en investeringscapaciteit van de aanvrager; de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de landelijke radio-omroep; de inzichten op het vlak van de reclamewerving en promotionele ondersteuning; de voorgenomen investeringen en de vooruitzichten op het vlak van inkomstenverwerving en de voorgenomen acties en investeringsbereidheid met het oog op de promotie van de landelijke radio-omroep; het marketingplan, het personeelsplan, het financieel plan, het investeringsplan, het financieringsplan en in voorkomend geval de jaarrekening van het laatste boekjaar van de rechtspersoon, van de samenstellende delen van de rechtspersoon of van de aandeelhouders; 4° wat de technische infrastructuur betreft : de technische kwaliteit en aspecten van de voorgestelde configuratie, met bijzondere aandacht voor de aanwezige technische en operationele expertise; de vooruitzichten inzake technische investeringen; de geplande technische uitrusting, infrastructuur, transmissie, inplanting en uitbouw van het zenderpark; het tijdschema voor de ontplooiing van de omroep en de benodigde frequentiepakketten. § 2. De ontvankelijke aanvragen worden door het Commissariaat getoetst aan de aanvullende kwalificatiecriteria, die hierbij op de volgende wijze worden gewogen : 1° 50 % voor het
criterium bedoeld in § 1, 1°; Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19quater ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19quater. Elke aanvrager tot erkenning als landelijke radio-omroep betaalt, voor hij zijn kandidatuur bij het Commissariaat indient, een som van 1 000 000 frank (24 800 EUR) op rekeningnummer 091-2207001-86 van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Wetenschap, Innovatie en Media, door middel van een gecertificeerde cheque aan de order van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap om de kosten in verband met frequentieonderzoeken en administratieve handelingen te dekken. Op straffe van onontvankelijkheid moet het bewijs van betaling bij het kandidatuurdossier worden gevoegd. In geen geval kan de Vlaamse Gemeenschap of het Commissariaat aansprakelijk worden gesteld voor de vergoeding of terugbetaling van de door de aanvrager tot erkenning als landelijke radio-omroep rechtstreeks of onrechtstreeks opgelopen kosten in het kader van de procedure. Enkel wanneer het Commissariaat vaststelt dat niet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan, kan de som van 1 000 000 frank (24 800 EUR) worden teruggevorderd. » Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19quinquies. § 1. Het Commissariaat kondigt in het Belgisch Staatsblad aan voor welke frequentiepakketten, zoals die zijn vastgesteld door de Vlaamse regering, een aanvraag tot erkenning als landelijke radio-omroep kan worden ingediend, met vermelding van de voorwaarden en de termijnen. Indien op hetzelfde ogenblik meerdere frequentiepakketten worden vrijgegeven, kan een kandidaat voor verschillende frequentiepakketten een aanvraag indienen, met aanduiding van eventuele voorkeur. § 2. Een kandidaat kan voor een welbepaald frequentiepakket slechts één enkel dossier indienen. § 3. De kandidaturen tot het verkrijgen van een erkenning moeten op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen vanaf de publicatie van het bericht in het Belgisch Staatsblad ingediend worden bij het Commissariaat. Deze termijn kan verlengd, noch ingekort worden. § 4. De kandidatuurdossiers bestaan uit de erkenningsaanvraag en alle bijhorende documenten. De erkenningsaanvraag en alle bijhorende documenten moeten in zes exemplaren worden ingediend. De kandidatuurdossiers worden in het Nederlands ingediend. De erkenningsaanvraag wordt ondertekend door de personen die volgens de wet of de statuten bevoegd zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De kandidatuurdossiers moeten tegen ontvangstbewijs op de zetel van het Commissariaat afgegeven worden. Het ontvangstbewijs vermeldt datum en uur van afgifte. § 5. De procedure tot toekenning start de eerste werkdag na het verstrijken van deze periode van dertig kalenderdagen. § 6. De eerste werkdag na het verstrijken van de in § 3 bedoelde termijn van dertig kalenderdagen, stelt het Commissariaat een proces-verbaal op waarin alle ingediende kandidatuurdossiers, gerangschikt volgens datum en uur van indiening, worden vermeld. Dit proces-verbaal wordt door de leden van het Commissariaat ondertekend. Een voor eensluidend verklaard afschrift van dit proces-verbaal wordt door het Commissariaat per aangetekende brief aan alle kandidaten meegedeeld. § 7. Binnen een termijn van veertien
kalenderdagen na de start van de procedure tot toekenning, zendt het Commissariaat
aan alle kandidaten een lijst van alle ontvankelijk bevonden kandidaturen,
gerangschikt volgens datum van ontvangst. Het ontvankelijkheidsonderzoek
door het Commissariaat beperkt zich tot : § 8. Het Commissariaat onderzoekt de ontvankelijk bevonden kandidaturen op basis van de aanvullende kwalificatiecriteria, bepaald in artikel 38octies, § 2 en § 3, van de gecoördineerde decreten, en op basis van de aanvullende kwalificatiecriteria, gespecificeerd in artikel 19ter. § 9. Het Commissariaat kent de erkenningen toe binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal van het Commissariaat, bepaald in § 6. De beslissing van het Commissariaat waarbij een kandidaat als landelijke radio-omroep wordt erkend, wordt genotificeerd of ter kennis gebracht per aangetekende brief aan de betrokken kandidaat. Elke kandidaat ontvangt per aangetekende brief een kopie van de met redenen omklede beslissing van het Commissariaat tot toekenning van de erkenningen. » Art. 7. In hetzelfde besluit
wordt een artikel 19sexies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19sexies.
De erkende landelijke radio-omroep betaalt voor de ingebruikneming en
het behoud van het toegewezen frequentiepakket een jaarlijkse vergoeding.
De vergoeding wordt vastgesteld op de hierna
bepaalde wijze : Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19octies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 19septies. Het Commissariaat kan op ieder ogenblik de erkenning van de landelijke radio-omroep schorsen of intrekken indien de landelijke radio-omroep zich niet houdt aan de bepalingen van de gecoördineerde decreten, dit besluit, de voorwaarden van de erkenning, alsmede de voorwaarden bepaald in de offerte die door deze erkende landelijke radio-omroep ingediend is, in overeenstemming waarmee het Commissariaat de erkenning heeft afgeleverd. De schorsing of de intrekking wordt steeds voorafgegaan door een ingebrekestelling vanwege het Commissariaat die de landelijke radio-omroep de kans biedt zich in regel te stellen. De landelijke radio-omroep beschikt over ten minste een maand tijd om de toestand te regulariseren. Die termijn kan door het Commissariaat worden verlengd naar gelang de vastgestelde inbreuk. Op diens verzoek wordt de landelijke radio-omroep gehoord. Geen enkele schorsing of intrekking geeft aanleiding tot enige vergoeding noch tot terugbetaling van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 19quater en artikel 19sexies zijn betaald. » Art. 9. Aan artikel 24 van hetzelfde besluit wordt § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de landelijke radio-omroepen. » Art. 10. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 30. De jaarlijkse werkings en financiële verslagen zoals bepaald in artikel 32, 14°, 38octies, § 1, 11°, 45, 53, 13°, 62 en 65 van de gecoördineerde decreten moeten jaarlijks aan het Commissariaat overgelegd worden voor 30 juni. » Art. 11. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de woorden « 30 dagen » vervangen door de woorden « twee maanden ». Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 27 april 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL |
|
BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING HOUDENDE BEPALING VAN HET AANTAL LANDELIJKE RADIO-OMROEPEN DAT KAN WORDEN ERKEND EN HOUDENDE VASTSTELLING VAN DE FREQUENTIEPAKETTEN DIE TER BESCHIKKING VAN DE LANDELIJKE RADIO-OMROEPEN WORDEN GESTELD. |
|
Gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 16.06.2001 De Vlaamse regering, Besluit : Artikel 1. Voor de Vlaamse Gemeenschap kunnen twee landelijke radio-omroepen door het Vlaams Commissariaat voor de Media worden erkend. Art. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, wordt aan elk van de radio-omroepen, bedoeld in artikel 1, één van de in bijlage bij dit besluit vermelde frequentiepakketten ter beschikking gesteld. Art. 3. De volgende frequenties in het frequentiepakket bedoeld in frequentiepakket 1 van de bijlage bij dit besluit kunnen slechts worden toegekend na afronding van de coördinatieprocedure : 1° Egem 94,90 De volgende frequenties in het frequentiepakket bedoeld in frequentiepakket 2 van de bijlage bij dit besluit kunnen slechts worden toegekend na afronding van de coördinatieprocedure : 1° Mechelen 96,70 Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 8 juni 2001 De minister-president van de Vlaamse regering P. DEWAEL De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN Bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 2001 houdende bepaling van het aantal landelijke radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking van de landelijke radio-omroepen worden gesteld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 2001 houdende bepaling van het aantal landelijke radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking van de landelijke radio-omroepen worden gesteld. Brussel, 8 juni 2001.
|